Home > German Desk > Ondernemers opgelet: de kooprechtelijke aansprakelijkheid voor gebreken en het verhaalsrecht van ondernemers in Duitsland zijn per 1 januari 2018 gewijzigd
Ondernemers opgelet: de kooprechtelijke aansprakelijkheid voor gebreken en het verhaalsrecht van ondernemers in Duitsland zijn per 1 januari 2018 gewijzigd

Ondernemers opgelet: de kooprechtelijke aansprakelijkheid voor gebreken en het verhaalsrecht van ondernemers in Duitsland zijn per 1 januari 2018 gewijzigd

In verband met de demontage van een gebrekkige zaak en de montage van een zaak zonder gebreken door middel van uitvoering a posteriori op basis van het garantierecht kunnen aanzienlijke kostenposten ontstaan voor leveranciers. In dit verband heeft de wetgever nieuwe regelingen getroffen met betrekking tot montage- en demontagekosten, die in de toekomst ook tussen ondernemers gelden en niet afhankelijk zijn van de schuldvraag.

Actuele rechtstoestand:
Nadat het Europees Hof van Justitie in 2011 in het kader van de interpretatie van de Richtlijn consumentenkoop (1999/44/EG) had beslist dat een ondernemer in het kader van uitvoering a posteriori op basis van het garantierecht jegens de consument tevens verantwoordelijk is voor de demontage van een gebrekkige zaak en de montage van een zaak zonder gebreken, heeft het Duitse Bundesgerichtshof in het Duitse recht inzake garantie bij gebreken deze verplichting bevestigd voor het geval dat de koper een consument betreft (B2C-transactie), vgl. BGH NJW 2012, 1073. Voor koopovereenkomsten tussen ondernemers (B2B-transacties) gold dit tot dusverre echter niet, vgl. BGH NJW 2008, 2837. Bovendien kon een ondernemer die op grond van garantieaanspraken van een consument jegens deze consument verplicht was tot montage en demontage van een zaak, deze kosten tot dusverre in principe niet bij zijn leverancier claimen, en diende deze kosten zelf te dragen. De ondernemer kon alleen een verhaalsrecht jegens de leverancier doen gelden, indien de ondernemer kon aantonen dat aan de zijde van de leverancier sprake was van schuld. Vaak was dat niet mogelijk. Hierdoor droeg de verkoper die de B2C-transactie uitvoerde het grootste aansprakelijkheidsrisico.

Nieuwe rechtstoestand:
Voor overeenkomsten die vanaf 1 januari 2018 worden gesloten, geldt deze rechtstoestand niet meer.
De ongelijke behandeling van consumenten- en ondernemerstransacties is door deze wijziging van het kooprecht beëindigd. Niet alleen consumenten, maar ook ondernemers hebben nu jegens de verkoper van een gebrekkige zaak, onafhankelijk van de schuldvraag, recht op uitvoering a posteriori, mits de gebrekkige zaak ‘overeenkomstig de aard en het gebruiksdoel daarvan’ is gemonteerd. Hierdoor heeft een ondernemer nu ook de mogelijkheid om jegens zijn leverancier, onafhankelijk van de schuldvraag, het verhaalsrecht uit te oefenen, niet alleen indien de laatste rechtshandeling in de leveringsketen een consumentenkoop betreft, maar ook bij B2B-transacties.

Hierdoor is de Duitse rechtspositie van ondernemers die B2B-transacties uitvoeren, in het garantierecht duidelijk verbeterd. Zij kunnen het aansprakelijkheidsrisico nu ‘afwentelen’ op hun leverancier. Ook de rechtspositie van de ondernemer als koper is hierdoor aanzienlijk verbeterd, aangezien de ondernemer niet meer hoeft aan te tonen dat aan de zijde van zijn leverancier sprake is van schuld, om jegens hem het verhaalsrecht te kunnen uitoefenen.
Leveranciers dienen zich echter bewust te zijn van dit risico. Anders kan de uitbreiding van de aansprakelijkheid de leveranciers bij B2B-transacties duur komen te staan. Mogelijkerwijs dienen in dit verband de algemene voorwaarden te worden aangepast en/of dienen dienaangaande individuele afspraken te worden gemaakt met de kopers.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen