Home > Ondernemingsrecht > Tuchtrecht: dubbelrol, advocaat en accountant
Tuchtrecht: dubbelrol, advocaat en accountant

Tuchtrecht: dubbelrol, advocaat en accountant

Ter inleiding
Professionele beroepsbeoefenaren als artsen, notarissen, advocaten en accountants zijn bij de uitoefening van hun beroep onderworpen aan (onder meer) wettelijk bepaald tuchtrecht. Deze verschillende beroepsgroepen kennen verschillende regelingen van tuchtrecht, die het beroepsmatig handelen van die beroepsbeoefenaren reguleren. In twee zaken die onlangs aan de tuchtrechter voor accountants – de Accountantskamer – werden voorgelegd was sprake van een ‘samenloop’ van beroepen. De Accountantskamer werd verzocht een oordeel te geven over gedragingen van een advocaat die tevens als registeraccountant is ingeschreven.

Casus (ECLI:NL:TACAKN:2017:47 en ECLI:NL:TACAKN:2017:48)
Kort samengevat werd door een executeur-testamentair belast met de afwikkeling van een erfenis – één van meer kinderen van de overleden vader – geklaagd over een advocaat die voornoemde executeur-testamentair aansprakelijk had gesteld op grond van (onder meer) paulianeus handelen, namens twee andere kinderen. Naar het oordeel van klager zijn de aantijgingen aan zijn adres onterecht en onwaar; volgens klager heeft de advocaat bewust ongefundeerde stellingen naar voren gebracht die ten onrechte niet zijn geverifieerd. De betrokken advocaat/accountant vindt de verwijten niet terecht, mede gezien de gedragsregels die gelden voor advocaten.

In deze zaak komt aldus de vraag aan de orde in hoeverre de handelingen van de betrokken registeraccountant – die feitelijk neerkomen op handelingen die als advocaat werden verricht – zijn onderworpen aan het tuchtrecht voor accountants, zoals (onder meer) neergelegd in de Wet op het accountantsberoep (Wab).

Overwegingen tuchtrechter
De Accountantskamer verklaart de klachten ongegrond. Onder verwijzing naar artikel 42 Wab overweegt de Accountantskamer dat ook een accountant die het beroep van advocaat uitoefent te maken heeft met accountantstuchtrecht. In artikel 42 Wab is bepaald dat een accountant ‘ten aanzien van de uitoefening van zijn beroep’ is onderworpen aan tuchtrecht. Daarbij gaat het om ‘enig handelen of nalaten’ met hetgeen bij of krachtens de Wab is bepaald en ‘enig ander (…) handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep’. Volgens de Accountantskamer gaat het in deze wetsbepaling om beroepsmatig handelen in ruimte zin, dus inclusief het handelen van een accountant in zijn hoedanigheid van advocaat. Dat de betrokken registeraccountant (mogelijk) ook is onderworpen aan tuchtrecht voor advocaten maakt dat niet anders, ook al bestaat door de overlap van een klacht onder accountantstuchtrecht en een klacht onder advocatentuchtrecht het risico dat de desbetreffende tuchtrechters tot tegenstrijdige uitspraken komen. Volgens de Accountantskamer is dat risico inherent aan het handelen in twee ‘beroepsmatige hoedanigheden’.

Belang en risico?
Wanneer de lijn van de Accountantskamer wordt gevolgd zal een advocaat die ook is ingeschreven als (register)accountant zich goed rekenschap moeten geven van de beginselen uit de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants, waaronder met name objectiviteit, maar daarnaast ook integriteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Die fundamentele beginselen kunnen op punten in voorkomende gevallen strijd opleveren met een behoorlijke uitvoering van het beroep van advocaat. Zo mag een accountant zich – volgens het objectiviteitsbeginsel – bij zijn afwegingen niet ongepast laten beïnvloeden (hetgeen niet betekent dat een accountant steeds onpartijdig en onafhankelijk moet zijn). Een accountant die een bijzonder belang vertegenwoordigt moet maatregelen treffen tegen de bedreiging van zijn objectiviteit. Een advocaat behartigt uitsluitend de belangen van zijn cliënt en is steeds partijdig.

In de casus zoals hiervoor besproken maakte klager de accountant/advocaat het verwijt bepaalde informatie onjuist te hebben voorgesteld. Het bewust verstrekken van feitelijk onjuiste gegevens is vanzelfsprekend in geen van de beroepsmatige hoedanigheden toegestaan, maar vanuit zijn partijdige positie heeft een advocaat een grote vrijheid in het presenteren van argumenten en feiten, waarbij hij de feiten zo voordelig mogelijk mag selecteren. Een accountant heeft die vrijheid niet en dient (daarom) steeds – ook wanneer hij is ingeschakeld door één van de partijen in een geschil – zijn objectiviteit als uitgangspunt te nemen.

De Accountantskamer doet een dringende aanbeveling aan een ieder die de beroepsmatige hoedanigheid van accountant combineert met die van advocaat: laat je als accountant uitschrijven uit de registers in de zin van de Wet tuchtrechtspraak voor accountants. Op die manier voorkom je het risico op het ontstaan van een onwenselijke situatie waarin de samenloop tussen die hoedanigheden voor problemen zorgt.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen