Home > Ondernemingsrecht > Verzoek bijeenroeping bava AkzoNobel afgewezen door voorzieningenrechter
Verzoek bijeenroeping bava AkzoNobel afgewezen door voorzieningenrechter

Verzoek bijeenroeping bava AkzoNobel afgewezen door voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter Amsterdam heeft gisteren bepaald dat twee aandeelhouders van Akzo Nobel N.V. (AkzoNobel) vooralsnog de vennootschap niet konden dwingen een bijzondere aandeelhoudersvergadering (bava) uit te schrijven waarin het ontslag van de voorzitter van de raad van commissarissen (RvB) werd geagendeerd. Zie ECLI:NL:RBAMS:2017:5845.

Dit machtigingsverzoek werd gedaan op grond van artikel 2:110 BW.

De voorzieningenrechter verklaarde de verzoekers, die samen op het moment van het verzoek aan de Rechtbank tenminste 10% van het aandelenkapitaal hielden, ontvankelijk. Dit ondanks het feit dat deze groep aandeelhouders niet dezelfde was als degene die eerder het desbetreffende verzoek tot bijeenroepen van de vergadering aan het bestuur had gedaan. Reden daarvoor was dat vast stond dat de raad van bestuur en de RvC niet bereid waren het ontslag van de voorzitter van de RvB te agenderen in de aanstaande bava van 8 september.

De rechter wees het verzoek niet af op grond van het feit dat de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam (OK) al eerder een dergelijk verzoek had afgewezen. De laatstbedoelde afwijzing was in het kader van het treffen van voorlopige voorzieningen bij een enquêteprocedure, waarbij de OK meende dat het afwijzen van het bijeenroepingsverzoek door AkzoNobel niet kon worden aangemerkt als een gegronde reden om aan een onjuist beleid of aan een juiste gang van zaken bij AkzoNobel te twijfelen. Het betrof derhalve een ander beoordelingskader dan de thans opgeworpen artikelen 2:110 en 2:111 BW.

De voorzieningenrechter diende naar zijn eigen oordeel te toetsen of de verzoekers een “redelijk belang” hebben bij het houden van de bava waarin het ontslag van de voorzitter RvC zou worden geagendeerd. Naar de mening van de verzoekers mag een bijeenroepingsverzoek slechts summierlijk door de rechter worden getoetst. Weigering zou enkel in uitzonderingsgevallen gerechtvaardigd zijn. Zij benadrukten dat de Europese Aandeelhoudersrichtlijn en de Corporate Governance Code een belangrijke rol aan de aandeelhouders toekennen in het systeem van checks and balances binnen een vennootschap.

De voorzieningenrechter volgde deze gedachtegang van de verzoekers echter niet. Hij is van mening dat de geschetste opvatting van de verzoekers onvoldoende recht doet aan de grote gevolgen die zijn besluit kan hebben voor alle bij de vennootschap betrokkenen en betrekt derhalve ook de belangen van AkzoNobel in zijn afwegingen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek tot bijeenroeping vooralsnog voorbarig is. AkzoNobel heeft op 8 september aanstaande een bava bijeengeroepen waarin het bestuur en de RvC verantwoording afleggen over het recent door hen gevoerde beleid en in die bava kan een gedachtewisseling plaatsvinden met de aandeelhouders. De rechtbank merkte op dat het bepalen van de strategie van de vennootschap een aangelegenheid is van het bestuur, dat de RvC daarop toezicht houdt en dat beiden achteraf verantwoording afleggen aan de aandeelhouders. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de verzoekers te voorbarig in hun oordeel dat daarbij ook een eventueel ontslag van voorzitter van de RvC aan de orde zou moeten komen. Een verzoek tot het bijeenroepen van een (b)ava waarin dit wordt geagendeerd kan ook na die vergadering worden gedaan en dan op zijn merites door de vennootschap worden beoordeeld.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen