Home > Ondernemingsrecht > Regres en subrogatie – geluk bij een ongeluk
Regres en subrogatie – geluk bij een ongeluk

Regres en subrogatie – geluk bij een ongeluk

Stelt u zich eens voor dat u zich als hoofdelijk medeschuldenaar of borg heeft verbonden aan een onbetwiste schuld van een ander, en dat die ander niet betaalt. In dat geval zal de schuldeiser bij u aankloppen. Omdat de schuld onbetwist is, kunt u niet anders dan de schuld betalen. Is daarmee de kous af?

Voor de schuldeiser wel. Zijn vordering is immers voldaan. U heeft evenwel nog een appeltje te schillen met uw medeschuldenaar. U heeft immers zijn schuld voldaan, terwijl uw medeschuldenaar de tegenover die schuld staande prestatie heeft genoten. U wilt zich dan ook kunnen verhalen op uw medeschuldenaar. Dat kan. Als gevolg van uw voldoening aan de schuldeiser ontstaat een regresvordering op uw medeschuldenaar. Dat wil zeggen dat u hetgeen u teveel heeft betaald in de interne verhoudingen – in onze casus de hele vordering – kunt verhalen op de hoofdelijk medeschuldenaar.

Stelt u zich verder voor dat de schuldeiser een bezitloos pandrecht had verkregen op de auto van uw medeschuldenaar. Door de voldoening van de vordering op de schuldeiser treedt u in de rechten van die schuldeiser. Deze rechtsfiguur heet subrogatie. In dat geval gaat dat pandrecht door middel van subrogatie op u over. Mocht uw medeschuldenaar uw regresvordering op hem niet voldoen, dan heeft u de mogelijkheid om het bezitloos pandrecht om te zetten in vuistpand en aldus de auto op te eisen, waarna u de auto executoriaal kunt verkopen.

Stel dat uw holdingvennootschap samen met haar dochtervennootschap – de werkmaatschappij – een fiscale eenheid vormt voor de omzetbelasting, dan kan de Belastingdienst betaling van de door de fiscale eenheid verschuldigde omzetbelasting bij zowel uw holding als de werkmaatschappij vorderen. Die bevoegdheid heeft de Belastingdienst ook als de werkmaatschappij onverhoopt in staat van faillissement wordt verklaard.

Ervan uitgaande dat de in het faillissement van de werkmaatschappij aangestelde curator niet (direct) tot betaling van die vordering overgaat, mag de Belastingdienst dan ook voldoening van de gehele door de fiscale eenheid verschuldigde omzetbelasting van uw holding vorderen.

Uiteraard heeft uw holding een regresvordering op de werkmaatschappij, voor zover de holding in de interne verhoudingen de Belastingdienst teveel heeft betaald. Dat betekent dat uw holding het teveel betaalde als vordering in het faillissement van de werkmaatschappij kan indienen. Bijkomend voordeel is dat uw holding tevens subrogeert in de aan de vordering van de Belastingdienst gekoppelde rechten: de vordering van uw holding is daarmee een hoogpreferente vordering. De Belastingdienst heeft immers een voorrecht op alle goederen van de belastingschuldige, en daarmee is de kans aanwezig dat u hetgeen u in eerste instantie teveel betaald hebt, alsnog via regres en subrogatie betaald krijgt.

Let wel: banken sluiten in de regel subrogatie uit, voor zover de bank als gevolg van die subrogatie nadeel ondervindt. Het is daarom aan te raden wat uw positie als aangesproken medeschuldenaar is, om te bezien of u met een betaling daadwerkelijk treedt in de door u gewenste rechten en – zo mogelijk – het geluk bij een ongeluk af te dwingen.

Voor vragen over regres en subrogatie kunt u contact opnemen met Rogier Faase.
T: +31 (0)24 38 13 120
E: faase@dirkzwager.nl

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen