Home > Ondernemingsrecht > Verrekening: buiten en tijdens faillissement
Verrekening: buiten en tijdens faillissement

Verrekening: buiten en tijdens faillissement

Partijen doen vaak over en weer zaken met elkaar. Het kan daardoor voorkomen dat u zowel schuldeiser als schuldenaar van een bepaalde contractspartij bent. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk deze vorderingen over en weer tegen elkaar weg te strepen: dit noemt men verrekening.

Waarom verrekenen?
Als vorderingen met elkaar worden verrekend, brengt dat een vereenvoudiging van het betalingsverkeer mee. Door te verrekenen gaan uw vordering en de vordering van uw contractspartij namelijk tot het gemeenschappelijk beloop teniet. Dit betekent dat in ieder geval één van de partijen geen betalingshandeling meer behoeft te verrichten.

Ook brengt verrekening een zekere waarborg met zich mee. U bent voor voldoening van uw vordering minder afhankelijk van de wil van uw wederpartij. Het volgende voorbeeld illustreert dit.

Stel: u heeft een vordering op uw contractspartij van € 600,-. Uw contractspartij heeft een vordering op u van € 1.000,-. In dit voorbeeld kunt u nog voor € 400,- presteren, waarmee de vordering van de wederpartij volledig zal zijn voldaan. in de wetenschap dat uw vordering (in totaal) tot een bedrag van € 1.000,- is gedekt. Uiteraard dient in dat geval wel aan de voorwaarden voor verrekening te zijn voldaan.

Voorwaarden voor verrekening
De wet stelt in artikel 6:127 BW een aantal voorwaarden voor verrekening.

Ten eerste dient sprake te zijn van ‘wederkerig schuldenaarschap’. Dit betekent dat dezelfde entiteit zowel schuldeiser als schuldenaar van de wederpartij dient te zijn. Zo kunt u een vordering van uw vennootschap op een contractspartij niet verrekenen met een vordering van die wederpartij op u in privé. Overigens geldt dat u daar contractueel wel van af kunt wijken. De wettelijke regels omtrent verrekening zijn namelijk van regelend recht.

Ten tweede dienen de te verrekenen prestaties aan elkaar te beantwoorden. In de meeste gevallen wordt aan dit vereiste voldaan doordat beide prestaties betrekking hebben op de betaling van een geldsom. Ook is voorstelbaar dat de prestaties aan elkaar beantwoorden omdat beide prestaties betrekking hebben op de levering van generieke vervangbare zaken, bijvoorbeeld op de levering van een zekere hoeveelheid aardappels van dezelfde soort en kwaliteit. Uiteraard geldt dat de omvang van de prestatie wel mag verschillen: de vorderingen gaan immers enkel tot het gemeenschappelijke beloop teniet.

Ten derde gelden nog enkele vereisten die in nauw verband met elkaar staan. Zo dient de schuldenaar bevoegd te zijn de schuld te betalen en dient de vordering afdwingbaar te zijn. Deze vereisten zien op de opeisbaarheid van een vordering. In het geval een tijdsbepaling is overeengekomen en het aangebroken tijdstip nog niet is aangebroken, ontbreekt de bevoegdheid betaling van de schuld af te dwingen. Verrekening is in dat geval niet mogelijk.

Voor meer informatie omtrent het beperken en verruimen van verrekening (en ook opschorting) verwijs ik graag naar dit artikel van mijn kantoorgenoot Karin Harmsen. Zij heeft uiteengezet dat het mogelijk is van de wettelijke bepalingen af te wijken. Dit kan bijvoorbeeld door het overeenkomen van een rekening-courantverhouding. Ook is het mogelijk om (bijvoorbeeld in algemene voorwaarden) verrekening geheel uit te sluiten.

Verrekening in faillissement
Als uw wederpartij failliet gaat voordat hij zijn schuld aan u heeft voldaan en voordat u uw schuld aan hem hebt kunnen betalen, dan worden de mogelijkheden voor het verrekenen van deze vorderingen op grond van artikel 53 Faillissementswet aanzienlijk verruimd.

Zo is het niet meer nodig dat de vordering waarmee de schuldeiser van de gefailleerde partij wenst te verrekenen opeisbaar is. Voldoende is dat de schuld en de vordering beide reeds bestonden ten tijde van de faillietverklaring of voortvloeien uit vóór de faillietverklaring verrichte handelingen.

Daarbij is van belang om op te merken dat artikel 53 Faillissementswet geschreven is voor de schuldeiser van een failliete partij, en niet voor de curator. De verruiming van artikel 53 Faillissementswet gaat derhalve niet op voor de curator. De curator kan enkel verrekenen indien aan de eerder genoemde wettelijke vereisten van artikel 6:127 BW is voldaan.

Let op: óók artikel 53 Faillissementswet is van regelend recht. Dat betekent dat indien partijen verrekening in faillissement contractueel uitsluiten, deze uitsluiting ook in faillissement van kracht blijft.

In bepaalde gevallen is verrekening in faillissement uitgesloten. Zo mag iemand die vóór de faillietverklaring te kwader trouw een vordering heeft overgenomen deze niet verrekenen. Hiermee wordt voorkomen dat iemand die een faillissement van een contractspartij ziet aankomen, vorderingen van derden op die contractspartij opkoopt om ze vervolgens in een faillissementssituatie voor de volle pond met zijn schuld aan de (dan) gefailleerde partij te verrekenen.

Conclusie
U doet er goed aan te onderzoeken of u vordering en schulden met dezelfde contractspartij met elkaar kunt verrekenen. Daarbij is van belang dat veel van de wettelijke bepalingen met betrekking tot verrekening van regelend recht zijn. Bovendien kunnen contractueel bedongen beperkingen in faillissementssituaties tegen de curator ingeroepen worden. Let daarom op bij het contracteren!

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen