Home > Ondernemingsrecht > Vordering tot betaling van een managementvergoeding, weet bij wie je aanklopt
Vordering tot betaling van een managementvergoeding, weet bij wie je aanklopt

Vordering tot betaling van een managementvergoeding, weet bij wie je aanklopt

De managementovereenkomst geniet, zo blijkt uit de praktijk, een grote mate van populariteit. In veel bedrijven wordt dan ook de keuze gemaakt om een leidinggevende op basis van een managementovereenkomst werkzaamheden te laten verrichten. Anders dan de term managementovereenkomst wellicht doet vermoeden betekent dit niet dat iedere persoon die ‘manager’ op zijn visitekaartje heeft staan op basis van een managementovereenkomst werkzaam is.  De managementovereenkomst reguleert in het algemeen enkel direct of door middel van een persoonlijke holding de relatie met de statutair bestuurder van de vennootschap.

Duale rechtsbetrekking
Tussen de statutair bestuurder die op basis van een managementovereenkomst werkzaamheden gaat verrichten en de vennootschap ontstaat in dat geval een duale rechtsbetrekking. Naast de zuiver vennootschapsrechtelijke (ook wel: functionele) rechtsbetrekking ontstaat ook een privaatrechtelijke contractuele rechtsbetrekking. Dat deze duale rechtsbetrekking oplettendheid vereist, blijkt uit een recente uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Eerste aanleg
Het volgende deed zich in deze zaak voor. Twee personen waren via hun persoonlijke holding bestuurder van de vennootschap Sequoia B.V en bezaten bovendien ieder -eveneens via hun persoonlijke holding- 50% van de aandelen in Sequoia. In de statuten van Sequoia was bepaald dat de algemene vergadering de beloning en de arbeidsvoorwaarden van de bestuurders vaststelt. Nadat dit formele vennootschapsrechtelijke besluit omtrent de beloning en de arbeidsvoorwaarden door de 2 aandeelhouders was genomen, sloot de vennootschap Sequoia zelf met beide bestuurders afzonderlijk een managementovereenkomst waarin onder andere de betalingsvoorwaarden van de managementvergoeding contractueel werden vastgelegd.

Nadat onenigheid was ontstaan tussen beide bestuurders (en tevens aandeelhouders) schrijft een van de twee aandeelhouders (A) een algemene vergadering uit waarbij het functioneren van bestuurder (B) op de agenda staat. Aandeelhouder B besluit vervolgens niet op deze algemene vergadering te verschijnen. Ondanks het ontbreken van één van de twee aandeelhouders wordt tijdens de algemene vergadering door de enige aanwezige aandeelhouder A het besluit genomen om B als statutair bestuurder te ontslaan en de managementovereenkomst van Sequoia met bestuurder B te beëindigen.

Bestuurder en aandeelhouder B dagvaardt vervolgens in kort geding bestuurder en aandeelhouder A en vordert dat A ertoe wordt veroordeeld om alle noodzakelijke medewerking te verlenen tot het betaalbaar blijven stellen van de managementvergoeding van B. Aangezien de kortgedingrechter het aannemelijk achtte dat de in de algemene vergadering genomen besluiten niet rechtsgeldig tot stand zijn gekomen en daardoor in een bodemprocedure vernietigd zouden kunnen worden, wijst hij de vordering van B toe. De kortgedingrechter overweegt daarbij dat de acties van A verhinderen dat aan B de managementvergoeding wordt uitbetaald en dat de vordering derhalve terecht tegen A is ingesteld omdat A de feitelijke macht over de doorbetaling uitoefent.

Arrest Hof ’s-Hertogenbosch
Tegen dit laatste oordeel van de kortgedingrechter komt A in hoger beroep op. A stelt zich op het standpunt dat de vordering van B tot betaling van de managementvergoeding moet worden ingesteld tegen Sequoia en niet tegen een aandeelhouder/bestuurder van Sequoia. Sequoia is immers de contractspartij van B bij de managementovereenkomst. Het hof volgt A in haar standpunt en overweegt dat de vergoeding moet worden betaald door Sequoia, die niet door B is gedagvaard.

Het hof geeft voor dit oordeel de volgende toelichting. Indien B van mening is –zoals zij zelf aanvoert- dat er door de aandeelhouders van Sequoia geen rechtsgeldig besluit is genomen op grond waarvan de uitbetaling door Sequoia kan worden stopgezet, heeft dit tot gevolg dat Sequoia op grond van de managementovereenkomst altijd verplicht is gebleven de betaling te voldoen en derhalve onterecht de betaling op grond van de managementovereenkomst heeft gestaakt. De vordering tot doorbetaling had in dat geval dan ook tegen Sequoia moeten worden ingesteld. Slechts in bijzondere omstandigheden is het volgens het hof mogelijk de rechtspersoon die contractueel tot betaling verplicht is buiten de rechtsstrijd te houden. Voorbeelden van dergelijke bijzondere omstandigheden geeft het hof helaas niet. Wel is duidelijk dat de structuur van Sequioa, die zich kenmerkt door een gelijke verhouding tussen de twee enige aandeelhouders die tevens ook beide bestuurder zijn, onvoldoende is om als bijzondere omstandigheid te worden aangemerkt.

Nu Sequoia zonder dat daartoe een geldige reden bestond niet door B in het geding was betrokken, kon het hof de vordering van B ook niet toewijzen. Een flinke aderlating voor B. Hij zal een nieuwe procedure moeten beginnen, maar nu (mede) tegen Sequioa.
Door goed de duale rechtsbetrekking in ogenschouw te houden, valt te achterhalen wie tot welke verplichting gehouden is. Wordt dit voldoende gedaan dan worden zulke ‘foutjes’ in de toekomst voorkomen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen