Home > Algemeen > Beëindiging van een duurovereenkomst: soms een zwaarwegend belang vereist
Beëindiging van een duurovereenkomst: soms een zwaarwegend belang vereist

Beëindiging van een duurovereenkomst: soms een zwaarwegend belang vereist

De afgelopen jaren heb ik al verschillende keren geschreven over de opzegging van een duurovereenkomst. Volgens de Hoge Raad kan een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan in beginsel worden opgezegd. Wel kunnen de redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat voor de opzegging een voldoende zwaarwegende opzeggingsgrond vereist is. Of dit zich in een concreet geval voordoet, hangt af van de omstandigheden van het geval.

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft zich recentelijk uitgelaten over de opzegging van een bruikleenovereenkomst (Voorzieningenrechter Midden-Nederland 28 maart 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1604).

Partij X is eigenaar van twee naastgelegen percelen in de binnenstad van Amersfoort met daarop twee winkelpanden en een binnenplaats met daarop twee schuren. Partij Y is eigenaar van een restaurant en maakt op grond van een (met de rechtsvoorganger van) partij X gesloten bruikleenovereenkomst al 20 jaar gebruik van de binnenplaats om daar onder meer voorraad, meubilair en afval op te slaan. Begin 2016 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen partij X en partij Y en heeft partij X te kennen gegeven dat hij tot een beëindiging van het gebruik van de binnenplaats wilde komen per 1 januari 2017.

Partij Y heeft eind 2016 aangegeven dat de binnenplaats een onmisbaar onderdeel is geworden van de bedrijfsvoering en heeft hij verzocht de binnenplaats te mogen blijven gebruiken, waarbij huur ook een mogelijkheid is. Daarop is door de partij X afwijzend gereageerd.

Partij Y heeft de binnenplaats per 1 januari 2017 niet ontruimd. Partij X vordert vervolgens in kort geding ontruiming van de binnenplaats op straffe van een dwangsom.

De voorzieningenrechter overweegt dat de bruikleenovereenkomst al bijna twintig jaar bestaat en dat partij Y voor haar bedrijfsvoering mede afhankelijk is van het gebruik van de binnenplaats. Het gaat daarbij om de opslag van terrasmeubilair. Bovendien staan de afvalcontainers op de binnenplaats en de technische dienst van partij Y heeft een van de schuren in gebruik als werkplaats. De voorzieningenrechter geeft aan dat alhoewel de bruikleenovereenkomst in beginsel door partij X kan worden opgezegd, deze omstandigheden met zich meebrengen dat daarvoor aan de zijde van partij X een zwaarwegende reden moet zijn. Dat er sprake is van een bruikleenovereenkomst, waarbij partij Y niet voor het gebruik hoeft te betalen, maakt dat niet anders omdat zij herhaaldelijk heeft voorgesteld het gebruik vorm te geven in een huurovereenkomst met een afwijkend huurbeding waarbij de huurbescherming werd beperkt.

Het gestelde zwaarwegend belang van partij X is gelegen in de wens om zelf de binnenplaats te gaan ontwikkelen. Hiervoor is echter de toestemming van de gemeente Amersfoort vereist. Partij X heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gemeente Amersfoort de gewenste toestemming zal verlenen en de noodzakelijke wijzigingen in het bestemmingsplan zal aanbrengen. Nu nog geen concrete werkzaamheden gepland staan waartoe partij X feitelijk over de binnenplaats zou moeten beschikken, ontbreekt een zwaarwegend belang. Partij X was dan ook niet gerechtigd de bruikleenovereenkomst op te zeggen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen