Home > Ondernemingsrecht > Tweede Kamer stemt in met de Wet zorgplicht kinderarbeid
Tweede Kamer stemt in met de Wet zorgplicht kinderarbeid

Tweede Kamer stemt in met de Wet zorgplicht kinderarbeid

Tweede Kamer stemt in met de Wet zorgplicht kinderarbeid
Op 7 februari 2016 werd in de Tweede Kamer met 82 stemmen het initiatiefwetsvoorstel houdende de invoering van een zorgplicht ter voorkoming van de levering van goederen en diensten die met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen (hierna: het “Wetsvoorstel” ) aangenomen. Hieronder bespreek ik dit Wetsvoorstel.

Aanleiding initiatiefwetsvoorstel
Aldus de initiatiefnemer van het Wetsvoorstel, kamerlid Van Laar, is het voor de Nederlandse consument nagenoeg onmogelijk om goederen en diensten te vermijden die met gebruik van kinderarbeid zijn gemaakt of gedistribueerd. Omdat de Nederlandse consument over het algemeen geen producten van kinderarbeid wil kopen, is het initiatief genomen om in de wet een zorgplicht voor bedrijven vast te leggen om kinderarbeid uit hun productieketens te weren. Onder kinderarbeid wordt in het Wetsvoorstel verstaan elke vorm van arbeid verricht door personen die leerplichtig zijn of die de leeftijd van 15 jaar nog niet hebben bereikt. Voor arbeid die de gezondheid, veiligheid en moraal van een persoon dreigt te schade wordt tevens van kinderarbeid gesproken als dit door een persoon wordt verricht die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

IMVO-convenanten
Uiteraard moet kinderarbeid waar ook ter wereld worden tegengegaan. Tot nu houdt de Nederlandse overheid zich hiermee bezig door internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (hierna: “IMVO”) te stimuleren. In dit kader heeft de overheid met bedrijfssectoren en maatschappelijke organisaties zogenoemde IMVO-convenanten afgesloten. Hierin staan afspraken over maatschappelijk verantwoord ondernemen in het buitenland. Dus ook over hoe bedrijven samen met maatschappelijke organisaties en de overheid eventuele misstanden op het gebied van kinderarbeid kunnen en c.q. moeten voorkomen. Het is echter  niet voor alle bedrijven verplicht een dergelijk convenant te sluiten. De afspraken uit een dergelijk convenant zijn bovendien  niet-juridisch bindend. Met het Wetsvoorstel worden bedrijven wel verplicht het nodige te doen om zich ervan te verzekeren dat er geen kinderarbeid in hun keten zit en worden handhavingsmechanismen wettelijk vastgelegd.

Inhoud initiatiefwetsvoorstel
Op grond van het Wetsvoorstel worden alle bedrijven die in Nederland goederen en diensten verkopen, dan wel die in Nederland gevestigd zijn en hun goederen en/of diensten online verkopen en zich daarbij (mede) richten op de Nederlandse markt ertoe verplicht om aan de Autoriteit Consument en Markt (hierna: “ACM”) als onafhankelijk toezichthouder te verklaren dat zij ‘gepaste zorgvuldigheid’ betrachten om te voorkomen dat de goederen en diensten die zij leveren aan de Nederlandse eindgebruiker tot stand zijn gekomen met behulp van kinderarbeid.

Volgens de Memorie van Toelichting bij het Wetsvoorstel wordt met gepaste zorgvuldigheid bedoeld dat een onderneming altijd op de mogelijkheid van kinderarbeid alert moet zijn. Dit betekent dat een onderneming moet onderzoeken of een redelijk vermoeden kan bestaan dat goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Van een redelijk vermoeden is sprake als duidelijke aanwijzingen bestaan dat de desbetreffende goederen (mede) tot stand zijn gekomen in landen waarvan bekend is dat vergelijkbare producten met behulp van kinderarbeid worden gemaakt. Indien er zo’n redelijk vermoeden is, moet een onderneming met de fabrikanten in contact treden en maatregelen nemen om betrokkenheid van kinderarbeid uit te sluiten, bijvoorbeeld door het opstellen van een plan van aanpak. In zijn advies heeft de Raad van State zich kritisch uitgelaten over deze gepaste zorgvuldigheid. Volgens de Raad van State is namelijk voor ondernemingen onvoldoende duidelijk wanneer zij in een concreet geval aan hun verplichtingen voldaan hebben. Ondanks deze kritische noot heeft de Tweede Kamer het Wetsvoorstel toch aangenomen.

Handhaving
In het Wetsvoorstel wordt ook voorzien in handhavingsmechanismen voor het geval een onderneming niet de gepaste zorgvuldigheid betracht. Iedere natuurlijke en/of rechtspersoon die meent dat een onderneming zijn zorgplicht heeft verzuimd waardoor zijn belangen zijn geraakt, kan hierover een klacht indienen bij de ACM. Als deze klacht een concrete aanwijzing betreft, zal de ACM onderzoek doen naar de klacht. Blijkt na een klacht en de daaropvolgende toetsing van het beleid dat een onderneming inderdaad zijn verplichtingen om kinderarbeid uit te sluiten onvoldoende is nagekomen, dan kan de ACM -nadat hij het bedrijf eerst een bindende aanwijzing heeft gegeven- een bestuurlijke boete opleggen van maximaal EUR 820.000,–. Als een onderneming tweemaal in vijf jaar een boete is opgelegd dan kan het bestuur van de onderneming bovendien strafrechtelijk worden vervolgd. Een bedrijf dat wellicht wel de gepaste zorgvuldigheid betracht heeft, maar verzuimd heeft een verklaring af te geven aan de ACM kan tevens beboet worden.

Eerste kamer
Het Wetsvoorstel ligt nu ter goedkeuring voor aan de Eerste Kamer. Het is dan ook van de Eerste Kamer afhankelijk of de Wet zorgplicht kinderarbeid geldend recht wordt en ondernemingen aan voornoemde regels worden gebonden.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen