Home > Ondernemingsrecht > Op weg naar het Netherlands Commercial Court
Op weg naar het Netherlands Commercial Court

Op weg naar het Netherlands Commercial Court

Een belangrijke volgende stap op weg naar het Netherlands Commercial Court is gezet: op 16 december 2016 is het wetsvoorstel Netherlands Commercial Court (met bijbehorende memorie van toelichting) als consultatiedocument gepubliceerd. De termijn om te reageren, 1 februari 2017, is inmiddels verstreken. Het lijkt erop dat we afstevenen op een snelle invoering van de wet.

Voor het Netherlands Commercial Court en het Netherlands Commercial Court of Appeal, hierna gezamenlijk ‘NCC’, zal in het Engels worden geprocedeerd. Ook de uitspraak wordt in de Engelse taal gedaan (behoudens andersluidend verzoek van partijen).

Het NCC wordt ondergebracht bij de rechtbank (eerste aanleg) en het gerechtshof (hoger beroep) Amsterdam. Naar internationaal voorbeeld – Londen, Singapore, Dubai, Dublin – wordt hier een internationale handelskamer met gespecialiseerde rechters ingericht. In een cassatieprocedure voor het NCC wordt niet voorzien.

Partijen moeten de bevoegdheid van het NCC uitdrukkelijk overeenkomen. Dat kan op voorhand in een commercieel contract of later, als het geschil is ontstaan.

Een keuze voor het NCC die enkel gebaseerd is op een bepaling in toepasselijke algemene voorwaarden, is volgens de memorie van toelichting niet voldoende. Verder komen kantonzaken niet in aanmerking voor afdoening door het NCC. Op deze en dergelijke keuzes is nog wel wat af te dingen. Het zal afhangen van de uitkomsten van de consultatieronde en daarna van de parlementaire behandeling van het uiteindelijke wetsvoorstel of hier nog wijzigingen in worden doorgevoerd.

Hoe de NCC-procedure precies zal gaan verlopen, wordt pas duidelijk als ook het NCC-procesreglement beschikbaar komt. Dat is nu nog niet het geval. Mogelijk krijgt het NCC een ruime regie-rol en kunnen partijen kiezen voor eigen regels met betrekking tot bewijslevering waarmee zou worden opgeschoven in de richting van de internationale procespraktijk.

De voorgestelde griffierechten, waarvan de bedoeling is dat die kostendekkend zijn, zijn aan de maat: EUR 15.000 voor een NCC-procedure in eerste aanleg en EUR 20.000 in hoger beroep (en de helft van deze bedragen in zaken die door de voorzieningenrechter in eerste aanleg of in hoger beroep worden beslist).

Aanvankelijk was de gedachte dat het NCC op 1 januari 2017 van start zou gaan maar die datum is niet gehaald. De Raad voor de rechtspraak verwacht de organisatie van het NCC per april 2017 rond te hebben. De parlementaire behandeling van het definitieve wetsvoorstel zal dan echter nog niet afgerond zijn. De aankomende  Tweede Kamerverkiezingen zullen ook niet bijdragen aan de afhandelingssnelheid. Het lijkt het meest reëel om uit te gaan van een inwerkingtreding op 1 januari 2018. Overigens is het de bedoeling van de minister dat de nieuwe wet onmiddellijke werking krijgt, wat betekent dat lopende procedures op verzoek van partijen kunnen worden voortgezet voor het NCC.

Het NCC heeft de potentie om een goed alternatief te worden voor steeds de kostbaarder wordende internationale arbitrageprocedures en kan bovendien van belang zijn voor de (concurrentie-)positie van Nederland als vestigingsland. Kortom, een goed initiatief; het NCC is van harte welkom!

Meer informatie over het NCC is te vinden op de website www.netherlands-commercial-court.com.

Cindy Snelders
Arnhem, 7 februari 2017

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen