Home > Onderwijs > Wetsvoorstel bekostiging levensbeschouwelijk onderwijs en godsdienstonderwijs op openbare scholen aangenomen door de Tweede Kamer
Wetsvoorstel bekostiging levensbeschouwelijk onderwijs en godsdienstonderwijs op openbare scholen aangenomen door de Tweede Kamer

Wetsvoorstel bekostiging levensbeschouwelijk onderwijs en godsdienstonderwijs op openbare scholen aangenomen door de Tweede Kamer

Op 20 december 2016 heeft de Tweede Kamer het voorstel van de wet van de leden Ypma en Voordewind houdende wijziging van de Wet primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra ten einde levensbeschouwelijk onderwijs en godsdienstonderwijs op openbare scholen te bekostigen (hierna: het “Wetsvoorstel”) aangenomen. Hieronder bespreek ik het Wetsvoorstel in het kort.

In artikel 50 en 51 van de Wet op het primair onderwijs is geregeld dat leerlingen in het openbaar (speciaal) onderwijs in de gelegenheid gesteld worden om binnen de schooltijden levensbeschouwelijk vormingsonderwijs (HVO) of godsdienstonderwijs (GVO) te ontvangen, gegeven door leraren die daartoe zijn aangewezen door kerken of (andere) rechtspersonen die zich het geven van dit onderwijs tot doel stellen.

Omdat de financiering van dit onderwijs tot dusver berust op een jaarlijkse subsidiebeschikking en de beschikbaarheid van HVO en GVO een wezenlijk element vormt in het openbaar onderwijs, mag het, aldus de initiatiefnemers van het Wetsvoorstel, de wetgever niet onverschillig laten, als dit door een combinatie van nieuwe wettelijke eisen aan de docenten en gebrek aan financiële middelen bij de verantwoordelijke instanties teloor dreigt te gaan. Daarom hebben zij het Wetsvoorstel ingediend om de bekostiging van godsdienstig en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs van rijkswege in de Wet op het primair onderwijs en in de Wet op de expertisecentra op te nemen.

In het Wetsvoorstel wordt het aantal dat HVO of GVO meetellen voor het aantal uren onderwijs dat de leerlingen ten minste moeten ontvangen teruggebracht van 120 uur naar 40 uur.

De bekostiging van het HVO en GVO zal worden verstrekt aan een rechtspersoon die als statutair doel heeft het verzorgen van GVO en HVO aan openbare scholen, en wel op de manier die reeds in de wet is geregeld – namelijk door leraren die bevoegd zijn en die hun bekwaamheid onderhouden. De Minister wijst op grond van het eerste lid één rechtspersoon aan die in aanmerking komt voor de bekostiging. De afgelopen jaren heeft de Stichting Dienstencentrum gvo en hvo subsidie ontvangen voor het verzorgen van GVO en HVO. In beginsel zal het Dienstencentrum dan ook de rechtspersoon zijn die bekostigd wordt. Indien het Dienstencentrum echter om welke reden dan ook niet meer in aanmerking komt voor de bekostiging, dan kan de Minister een andere organisatie aanwijzen.

Tot slot wordt het bevoegd gezag van een openbare school verplicht om in de schoolgids de ouders te informeren over de mogelijkheid om HVO of GVO te ontvangen.

Het wachten is op het oordeel van de Eerste Kamer.

Peter-Jan Hopmans

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen