Home > Algemeen > Verpanding van aandelen
Verpanding van aandelen

Verpanding van aandelen

Als DGA-notaris ben ik vaak betrokken bij aandelenoverdrachten, waarvoor een notariële akte is vereist. De afgelopen week werd ik geconfronteerd met een aandeelhoudersregister waarin een aantekening stond van de vestiging van een recht van pand op aandelen van die B.V. op 4 september 1990. Van de aandeelhouder begreep ik dat die verpanding destijds had plaatsgevonden tot zekerheid van een lening/borgstelling aan die B.V. die allang was afgelost en dat “vergeten” was om die aantekening door te halen. Voordat een notaris de overdracht van die aandelen kan bewerkstelligen, zonder pandrecht, zal duidelijkheid over de beëindiging van het pandrecht moeten worden verkregen.

Eindigen van pandrecht op aandelen
Waar vanaf 1 januari 1993 voor het vestigen van een pandrecht op aandelen op grond van een speciale wettelijke regeling (artikel 2:196 Burgerlijk Wetboek) een notariële akte is vereist, is dit niet het geval voor het einde van een pandrecht. De wettelijke regels omtrent de wijze waarop een pandrecht beëindigd kan worden moeten dan ook gevonden worden in de algemene regels van het vermogensrecht zoals neergelegd in Boek 3 van het BW of uit de desbetreffende pandakte. Uit de algemene regels omtrent het tenietgaan van beperkte rechten, zoals pandrecht, vruchtgebruik of erfpacht, volgt dat een pandrecht op aandelen in ieder geval kan eindigen van rechtswege of door afstand en eventueel door opzegging. Het eindigen van het pandrecht zal vervolgens moeten worden aangetekend in het aandeelhoudersregister.

Van rechtswege
Van rechtswege eindigt het pandrecht wanneer de verplichting waartoe zekerheid is verstrekt (de schuld) is voldaan. Pandrecht tot zekerheid van een bepaald vorderingsrecht is een zogenaamd afhankelijk recht (artikel 3:7 BW) en het kan niet bestaan zonder dat vorderingsrecht. Als aan het pandrecht een titel van geldlening ten grondslag ligt en de geldlening wordt afbetaald, dan eindigt ook het pandrecht. De bewijsbaarheid van de beëindiging van het pandrecht van rechtswege kan echter in de toekomst een probleem zijn, bijvoorbeeld indien de aandelen worden verkocht aan een derde.

Middels afstand
Uit de wet blijkt niet expliciet hoe afstand van een pandrecht moet worden gedaan. Uit de algemene vermogensrechtelijke regels van de wet in combinatie met de speciale regels die zijn voorgeschreven voor de levering van aandelen kan worden geconcludeerd dat voor afstand van een pandrecht op aandelen gelden dezelfde vereisten gelden als voor de verpanding en levering van een aandeel: afstand van een pandrecht van aandelen zal dan ook via een notariële akte moeten plaatsvinden en vervolgens gelden de regels van betekening aan of erkenning door de B.V.
Er zijn geleerden die van mening zijn dat afstand van een pandrecht kan worden gedaan bij enkele overeenkomst mits van de toestemming van de pandhouder uit een schriftelijke of elektronische verklaring blijkt omdat dit uitdrukkelijk in artikel 3:258 lid 2 BW staat vermeld. Die uitleg wordt door mij niet gedeeld gezien het bepaalde in artikel 3:98 BW waar staat vermeld: “Tenzij de wet anders bepaalt, vindt al hetgeen in deze afdeling omtrent de overdracht van een goed is bepaald, overeenkomstige toepassing op de vestiging, de overdracht en de afstand van een beperkt recht op een zodanig goed”. Een pandrecht is een beperkt recht en uit de toelichting op de wet bij de invoering van artikel 3:258 lid 2 BW blijkt ook dat dit artikel met name is opgenomen voor een andere soort pandrecht dan een pandrecht op aandelen. (Voor de juristen onder u: MvA II, Parl. Gesch. 3, p. 792 en zie ook Van Olffen, WPNR 1993, 6107 en Wolf TvOB 2016-5) Uit de wet blijkt dan ook niet of deze regeling tevens geldt voor een pandrecht op aandelen (omdat de verpanding van aandelen is geregeld in boek 2, namelijk artikel 2:198 BW). Omdat er grote belangen gemoeid (kunnen) zijn met een pandrecht op aandelen is het aan te bevelen om de afstand van het pandrecht op aandelen én de aanvaarding van die afstand altijd bij notariële akte vast te leggen. Vandaar dat deze keuze door Dirkzwager wordt geadviseerd.

Opzegging
Afhankelijk van de inhoud van de akte van verpanding van aandelen is het eventueel mogelijk om het pandrecht op aandelen op te zeggen, mits de bevoegdheid tot opzegging bij vestiging van het pandrecht is toegekend (art. 3:81 lid 2 aanhef en onder d BW). De bevoegdheid tot opzegging geeft de pandhouder de mogelijkheid het pandrecht eenzijdig te beëindigen. Ook al geeft de wet aan dat dit in beginsel kan door middel van een vormvrije rechtshandeling, toch is het raadzaam om aan de pandhouder te vragen naar een schriftelijk opzegging. Ook wordt bij toekenning van de opzeggingsbevoegdheid in de pandakte veelal vermeld dat de opzegging schriftelijk dient te geschieden. Indien het pandrecht door opzegging kan worden beëindigd, behoeft er geen notariële akte aan te pas hoeft te komen.

Conclusie en advies
Omdat de aandeelhouder geen kopie meer had van de akte van vestiging van het pandrecht op de aandelen was onduidelijk of aan de verplichting waartoe zekerheid was verstrekt werd voldaan en of de pandhouder de bevoegdheid had tot opzegging van het pandrecht, zodat afstand van het pandrecht bij notariële akte diende te worden gedaan. Indien de pandhouder een bank is dit relatief eenvoudig, maar indien de pandhouder een natuurlijk persoon is kan het dit nogal wat uitzoekwerk en dus kosten met zich meebrengen. Mijn advies is dan ook om de akte van vestiging goed te bewaren en indien feitelijk het pandrecht kan komen te vervallen ook zorg te dragen dat het pandrecht wordt beëindigd.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen