Home > Energie > Reikwijdte Warmtewet verandert
Reikwijdte Warmtewet verandert

Reikwijdte Warmtewet verandert

Inleiding

Uit de evaluatie van de Warmtewet zijn diverse knelpunten naar voren gekomen. Op 6 juli 2016 heeft de Minister van Economische Zaken een conceptwetsvoorstel tot herziening van de Warmtewet gepubliceerd. Partijen zijn daarbij middels een internetconsulatie uitgenodigd om op dit wetsvoorstel te reageren. Een belangrijke wijziging ziet op de reikwijdte van de Warmtewet.

Reikwijdte van de wet

Vereniging van Eigenaren

Verbruikers die warmte afnemen van een VvE waar zij als eigenaar van een woon- of bedrijfsruimte in een gebouw lid van zijn, zijn niet aan te merken als de gebonden gebruikers die de wet beoogt te beschermen. Deze afnemers hebben immers als lid van de VvE inspraak in beslissingen over de wijze waarop het gebouw verwarmd wordt en de voorwaarden waaronder dat gebeurt. Door de Warmtewet worden deze verbruikers in feite beschermd tegen zichzelf. Om deze reden vallen VvE’s met deze wetswijziging niet meer onder de reikwijdte van de Warmtewet.

Verhuurders

Een andere groep die met deze wetswijziging wordt uitgezonderd van de reikwijdte van de Warmtewet zijn verhuurders die als onderdeel van de huurovereenkomst warmte leveren aan hun huurders. Huurders worden reeds op grond van het huurrecht beschermd tegen machtsmisbruik van verhuurders die tevens warmte leveren. 

Doorleveren van warmte

Indien VvE’s en verhuurders die warmte doorleveren aan hun leden of huurders een aansluiting hebben van meer dan 100 kW, dan vallen zij op dit moment nog niet onder de reikwijdte van de Warmtewet. Dit betekent dat zij de bescherming van de Warmtewet niet genieten. Wanneer de huurcommissie of de rechter de redelijkheid van de kosten die zij aan hun leden of huurders in rekening brengen toetsen, dan vormt de prijs die VvE’s en verhuurders betalen voor de geleverde warmte het uitgangspunt voor die toets. Het wetsvoorstel beoogt nu de bescherming uit te breiden door VvE’s die warmte doorleveren aan hun leden en verhuurders die warmte als onderdeel van de huurovereenkomst doorleveren aan hun huurders, met een aansluiting van meer dan 100 kW ook onder de reikwijdte van de Warmtewet te brengen. Op die manier genieten in deze gevallen leden en huurders indirect ook de bescherming van de maximumprijs.

Hoe wordt dit verankerd?

In artikel 1a lid 1 staat:

“Deze wet is van toepassing op levering van warmte aan verbruikers, met uitzondering van levering van warmte door een leverancier die:
a. Tevens optreedt als verhuurder voor de verbruiker aan wie warmte geleverd wordt en waarbij warmtelevering onderdeel uitmaakt van de huurovereenkomst, of
b. Tevens de vereniging van eigenaren of coöperatieve vereniging is waarbij de verbruiker aan wie warmte geleverd wordt is aangesloten.”

De verhuurder die de warmtelevering in een separate overeenkomst regelt, dan wel via een aparte juridische entiteit levert, bijvoorbeeld een Energie B.V., blijft wel gebonden aan de Warmtewet.

De reikwijdte van de Warmtewet wordt vervolgens bepaald door de definitie van verbruiker. Onder verbruiker in de zin van de Warmtewet wordt volgens artikel 1 het navolgende verstaan:

Verbruiker: een persoon die warmte afneemt van een warmtenet en:
i. Een aansluiting heeft van maximaal 100 kilowatt, of
ii. Een aansluiting heeft van meer dan 100 kilowatt en tevens:
a. Optreedt als verhuurder voor een verbruiker als bedoeld onder i, of
b. Een vereniging van eigenaren (…) waarbij een verbruiker als bedoeld onder i is aangesloten.”

Bij de definitie onder ii a zou naar mijn oordeel nog moeten worden toegevoegd: “aan wie warmte geleverd wordt en waarbij warmtelevering onderdeel uitmaakt van de huuroverkomst”. De Verhuurder dient namelijk alleen onder de reikwijdte van de Warmtewet te vallen in de situatie dat zijn huurder geen rechten kan ontlenen aan de Warmtewet. Beoogt wordt immers dat een dergelijke huurder indirect -via zijn verhuurder- de bescherming van de maximumprijs geniet.

Exploitant van inpandige installatie

Het komt regelmatig voor dat een inpandige productie-installatie wordt geëxploiteerd door een andere partij dan de verhuurder van het gebouw; bijvoorbeeld een Energie Service Company. Partijen kunnen ervoor kiezen dat de exploitant de warmte rechtstreeks levert aan de huurders. Vaak zie je echter ook dat de exploitant de warmte levert aan de verhuurder, die dat op haar beurt door levert aan de huurders.

Op grond van het onderhavige wetsvoorstel zou deze exploitant onder de reikwijdte van de Warmtewet vallen. Het is de vraag of dat wenselijk is. Tussen de beoogt exploitant en de verhuurder van het gebouw is bij aanvang een level playing field. De verhuurder heeft de bescherming van de Warmtewet niet nodig. Bovendien zijn met de exploitatie van dergelijke installaties grote investeringen gemoeid. Een exploitant wil eventuele risico’s van leegstand daarom zoveel mogelijk neerleggen bij de verhuurder. Dat kan bijvoorbeeld door met de verhuurder af te spreken dat een groot deel van de exploitatiekosten via een vaste vergoeding wordt betaald. Indien deze exploitant gebonden zou worden aan de Warmtewet, dan gaat dat ten koste van de flexibiliteit om dergelijke afspraken te maken.

Tot slot

We zullen moeten afwachten hoe heet de soep uiteindelijk gegeten wordt. Mocht de verhuurder in de hiervoor beschreven situatie onder de reikwijdte van de Warmtewet vallen, dan zouden partijen de doorlevering van warmte aan de huurders via een door de verhuurder op te richten Energie B.V. kunnen laten plaatsvinden. De exploitant is dan niet gebonden aan de Warmtewet. De Energie B.V. wel.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen