Home > Financieel recht > Crowdfunding eenvoudiger en professioneler
Crowdfunding eenvoudiger en professioneler

Crowdfunding eenvoudiger en professioneler

“Crowdfunders beleggen met hun hart”, kopte Het Financieele Dagblad in juni 2014. Inmiddels is er het nodige gebeurd op het gebied van crowdfunding.Zo is per 1 april 2016 nieuwe wetgeving in werking getreden. Deze nieuwe wetgeving maakt crowdfunding in sommige opzichten eenvoudiger en voorziet in richtlijnen om de platformen professioneler te maken. Hier volgt een overzicht.

Via crowdfunding kan online belegd worden in veelbelovende start-ups. In Nederland is deze alternatieve manier van investeren enthousiast omarmd. Aangezien er als gevolg van de huidige negatieve rente zelfs het risico bestaat dat je rente voor je spaargeld moet betalen in plaats van ontvangt, zijn andere vormen van investeren zoals crowdfunding steeds meer in trek. En de ondernemer kan een lening bemachtigen tegen een lagere rente dan hij bij de bank zou moeten betalen. Bovendien hoeven er geen- of minder zekerheden verstrekt te worden. De bedoeling van crowdfunding is dat er voor alle betrokken partijen een win-win situatie ontstaat. Crowdfunding platforms zijn de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond geschoten. Toch is het niet alleen goud wat er blinkt. Inmiddels zijn de eerste crowdfunding platforms failliet gegaan en hebben de deelnemers van die platforms de nodige schade geleden.

Mede als gevolg van manco’s in wetgeving, was er onduidelijkheid over de vereisten waar crowdfunding platforms aan moesten voldoen. De AFM heeft in een rapport van 14 december 2014 aangegeven dat ze crowdfunding toejuicht, maar heeft tevens een aantal risico’s en tekortkomingen in de wetgeving geïdentificeerd. Het Ministerie van Financiën heeft in het Wijzigingsbesluit financiële markten 2016 de volgende wijzigingen in wetgeving voorgesteld om een aantal knelpunten te repareren.

Vrijstelling verbod aantrekken opvorderbare gelden
Het is op grond van artikel 3:5Wft verboden om door middel van onderhandse leningen geld op te halen van het publiek. Het was onduidelijk of de werkwijze van crowdfundingplatformen onder dat verbod viel. Tot dusver opereerden crowdfundingplatforms daarom meestal via een ontheffing van de AFM (op grond van artikel 4:3 lid 4 Wft). Deze onduidelijkheid wordt met de invoering van een nieuw artikel 24b Vrijstellingsregeling Wft weggenomen. Volgens de toelichting op dit artikel wordt beoogd om hiermee de huidige crowdfunding praktijk te bestendigen. Er zijn wel een aantal voorwaarden verbonden aan de vrijstelling.

Professionalisering en verzwaring ontheffingsregime voor Peer2Peer platformen
Tot dusver vielen de meeste gereguleerde crowdfundingplatforms die bemiddelden bij het verstrekken van geldleningen (Peer2Peer lending) onder het ontheffingsregime van artikel 4:3 lid 4 Wft. Dit regime werd door de AFM te licht bevonden. Met het oog op de gewenste professionalisering van de platformen en daarmee de bescherming van geldgevers en geldvragen, is het ontheffingsregime verzwaard. Ook is het verschil tussen deze platformen en platformen die beleggingsonderneming zijn (waarbij bijvoorbeeld in obligaties geïnvesteerd kan worden) meer gelijk getrokken.

De additionele vereisten die aan de ontheffing worden verbonden zijn er voornamelijk op gericht om disfunctioneren van en fraude door het platform te voorkomen. Zo moeten betalingen tussen geldvragers en geldgevers door kunnen gaan, ook als het platform zelf tijdelijk of permanent niet meer functioneert. Verder is het belangrijk dat de platformen goede ICT-systemen hebben die tegen (enig) uitval bestand zijn. Daarnaast is de algemene norm uit de Wft met betrekking tot beheerste en integere bedrijfsvoering van toepassing. Personeelsleden moeten betrouwbaar zijn, incidenten geregistreerd worden en er moet voorzien zijn in een klachtenprocedure.

Provisieverbod vervallen
Als de crowdfunding geschiedt door het verstrekken van een waardebewijs of obligatielening dan kwalificeerde het platform als beleggingsonderneming. Voor beleggingsondernemingen geldt een provisieverbod. In de nieuwe wetgeving is een uitzondering op het provisieverbod opgenomen als het gaat om crowdfundingactiviteiten.

Meer weten?
Wilt u meer weten over alternatieve financieringsvormen zoals crowdfunding, bezoek dan ons seminar op 22 september 2016 met Jaap Koelewijn (prof. Nijenrode en bekend van de columns in het FD en als deskundige bij RTLZ), Marc van Dijk (ICC-Consultants) en Chantal van den Borne (Dirkzwager) als sprekers. Deelname is gratis.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen