Home > Algemeen > Is een leverancier aansprakelijk voor producten die niet voldoen aan de regelgeving van het land waarin de afnemer is gevestigd?
Is een leverancier aansprakelijk voor producten die niet voldoen aan de regelgeving van het land waarin de afnemer is gevestigd?

Is een leverancier aansprakelijk voor producten die niet voldoen aan de regelgeving van het land waarin de afnemer is gevestigd?

In de Food & Agri branche hebben veel partijen te maken met door de overheid opgestelde regelgeving en dwingende voorschriften over de (wijze van) productie van levensmiddelen, het gebruik van bestrijdingsmiddelen hierbij, de (chemische) samenstelling van het product, de verpakking en etikettering en mogelijk het transport. Deze regels kunnen per land verschillen. Moet u in de internationale  handel als leverancier nu op de hoogte zijn van al deze regels in het land waar de afnemer dan wel gebruiker van uw producten gevestigd is? En heeft u dus een verantwoordelijkheid om uw producten conform deze regels te produceren? De meest belangrijke vraag die hieruit voortvloeit is vervolgens of u aansprakelijk bent voor de schade die uw afnemer lijdt wanneer de producten niet aan deze buitenlandse regels voldoen. In deze bijdrage zal ik u informeren over de visie van internationale rechters op deze vragen. Hierbij zal de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag (hierna: ‘WKV’) als uitgangspunt genomen worden.

De toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag
Het WKV is van toepassing op internationale koopovereenkomsten tussen professionele partijen  met betrekking tot roerende zaken, wanneer de partijen bij de overeenkomst zijn gevestigd in verdragsluitende landen of wanneer partijen hebben gekozen voor het recht van een verdragsluitend land (zie voor een lijst met deelnemers). Indien er wordt gekozen voor Nederlands recht, is het WKV dus van toepassing, tenzij het expliciet wordt uitgesloten.

Non-conformiteit
Onder het WKV dient de verkoper zaken af te leveren die beantwoorden aan de overeenkomst, art. 35 lid 1 Weens Koopverdrag. Conformiteit is primair afhankelijk van de bedoeling van partijen. Art. 35 lid 2 WKV bepaalt dat de zaken dienen geschikt te zijn voor normaal gebruik zoals de mogelijkheid van wederverkoop (sub a) en/of bij de overeenkomst voorzien bijzonder gebruik (sub b).
In de praktijk speelt geregeld de vraag of een verkoper, met de wetenschap dat de koper de zaken verder wil verhandelen in het land van bestemming, gehouden is om goederen te leveren die voldoen aan de publiekrechtelijke regels in dat land indien de overeenkomst daarover zwijgt. Bij dergelijke regelgeving kan bijvoorbeeld worden gedacht aan regels ter bescherming tegen dierziektes zoals de ‘gekkekoeienziekte’, dioxinebesmetting van vlees (en eieren) etc. Over deze problematiek zijn een aantal internationale uitspraken gewezen.

Internationale rechtspraak
Een belangrijke uitspraak is de zogenaamde ‘mosselzaak’ van de het hoogste Duitse rechtscollege (‘BGH’) van 8 maart 1995 (Bundesgerichtshof 8 maart 1995, R.I.W. 1995, 595). In deze zaak levert een Zwitserse verkoper mossels (uit Nieuw-Zeeland) aan een Duitse koper in Duitsland. De mossels worden geïnspecteerd. Vastgesteld wordt dat zij een cadmiumniveau bevatten dat de aanbevelingen overtreft in Duitse gezondheidsregels. Het gaat om een aanbeveling en niet om een verbod. De Duitse koper weigert te betalen en ontbindt de overeenkomst op grond van wezenlijke tekortkoming. De verkoper brengt de zaak voor de Duitse rechter en vordert betaling van de koopprijs. Volgens het BGH is er geen sprake van non-conformiteit. De BGH formuleert dat het WKV de verkoper niet verplicht om zaken te leveren die voldoen aan de speciale publiekrechtelijke regels in het land van de koper. Van de verkoper kan normaliter niet verwacht worden dat hij bekend is met deze vereisten.

Een verkoper is derhalve niet aansprakelijk voor het niet in acht nemen van publiekrechtelijke regels in het land van de koper. Op deze algemene hoofdregel formuleert het BGH drie uitzonderingen:

1) indien in het land van de verkoper dezelfde regels gelden;
2) indien de koper de verkoper op de regels heeft gewezen; of
3) indien de verkoper deze regels kent of behoort te kennen vanwege speciale omstandigheden.

Onder punt 3 valt bijvoorbeeld het geval dat de verkoper een vestiging heeft in het land van de koper, er sprake is van een langdurige handelsrelatie met de koper, of de verkoper zijn producten geregeld exporteert naar of reclame maakt voor zijn producten in het land van de koper. Volgens het BGH gingen in deze zaak de uitzonderingen niet op. Er moest dus gewoon voor de mosselen betaald worden.

Deze uitspraak wordt sindsdien gevolgd door andere internationale rechters. De rechtspraak wordt ook in Nederland gevolgd. Volgens een uitspraak van het Hof Arnhem (Hof Arnhem 27 april 1999, NIPR 1999, 245, nr. 200) is de opmerking van een Duitse koper dat de Duitse overheid voorschriften kent ten aanzien van de te leveren zaken niet voldoende voor gehoudenheid van de Nederlandse verkoper om aan die voorschriften te voldoen. Volgens een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam geldt in het kader van art. 35 Weens Koopverdrag  dat een standaard, die zowel geldt in het land van de koper als van de verkoper, in het algemeen in acht moet worden genomen. In het geval de standaard in het land van de koper hoger is dan in het land van de verkoper moet de koper dit feit onder de aandacht van de verkoper brengen. Het enkele feit dat de koper de verkoper heeft geïnformeerd over de plaats waar de zaken gebruikt zullen worden, is niet voldoende om een verplichting van de verkoper aan te nemen om de publiekrechtelijke vereisten van dat land in aanmerking te nemen. Een verplichting tot het in acht nemen van publiekrechtelijke regelgeving in het land van de koper mag slechts worden aangenomen wanneer de verkoper op de hoogte is of verondersteld mag worden op de hoogte te zijn van het bestaan van die vereisten, aldus de Rechtbank.

Conclusie
Een verplichting tot het in acht nemen van publiekrechtelijke regels in het land van de koper mag dus  slechts worden aangenomen wanneer de verkoper op de hoogte is – of verondersteld mag worden op de hoogte te zijn – van het bestaan van dergelijke vereisten. In de internationale handelspraktijk dienen koper en verkoper primair zelf te waken over hun eigen belangen. Zeker als het gaat om professionele partijen. Het is bestaat echter geen abstracte wetenschap om te bepalen wanneer de verkoper de voorschriften had behoren te kennen. Men doet er derhalve goed aan om in de overeenkomst duidelijk op te nemen waar een product al dan niet aan moet voldoen. Daarnaast kan de verkoper deze eventuele aansprakelijkheid ook contractueel uitsluiten.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen