Home > Algemeen > Het Weens Koopverdrag en de korte klachttermijn bij bederfelijke waren
Het Weens Koopverdrag en de korte klachttermijn bij bederfelijke waren

Het Weens Koopverdrag en de korte klachttermijn bij bederfelijke waren

Inleiding
Levensmiddelen zijn juridisch te duiden als ‘roerende zaken’. Ik heb het dan niet over tomatenplantjes die nog in de grond zitten, of kersen die nog aan de boom hangen, maar het product dat vervolgens wordt verpakt, verkocht en geleverd, in dit voorbeeld dus de kistjes tomaten en kersen. In de food- en agri branche worden deze producten vaak internationaal verhandeld voordat ze bij de eindklant terecht komen.

Toepasselijkheid WKV
Voor deze internationale B2B handel van roerende zaken is in de jaren 80 tussen veel landen een verdrag tot stand gekomen, te weten het Weens Koopverdrag (hierna: “WKV”). Het WKV bevat regels over tot de totstandkoming van bovengenoemde overeenkomsten, de hieruit voortvloeiende verplichtingen en de gevolgen van niet nakoming van deze verplichtingen. Het WKV is van toepassing op de koopovereenkomst als de landen waar de koper en verkoper zijn gevestigd bij het verdrag zijn aangesloten. Het verdrag geldt ook als partijen het recht van een bij het verdrag aangesloten land van toepassing hebben verklaard op de koopovereenkomst, ook als de toepasselijkheid niet wordt benoemd. Het WKV is dus automatisch van toepassing wanneer het recht van een van de verdragslanden wordt overeengekomen. Wanneer de toepasselijkheid van het WKV niet gewenst is moet het derhalve expliciet worden uitgesloten.

Wanneer de inhoud van het WKV velen bekend zou zijn, zou het als voordeel hebben dat bij internationale overeenkomsten altijd hetzelfde recht zal worden toegepast en dat “angst” voor vreemde rechtsregimes hiermee wordt weggenomen. In de meeste gevallen wordt het WKV echter -vrij standaard- uitgesloten. Als het van toepassing is, is het vaak onbewust omdat er niet over is nagedacht en het verdrag dus niet expliciet is uitgesloten.

De bij het WKV aangesloten landen
De lijst met aangesloten landen is groot. Bijna alle Europese landen zijn aangesloten. De belangrijkste uitzondering is het Verenigd Koninkrijk. De Verenigde Staten, China, Japan en de Russische Federatie doen ook mee (zie de lijst van deelnemende landen).

Inspectieplicht en klachttermijn
Met name voor leveranciers kan het WKV erg aantrekkelijk zijn. Het WKV bepaalt namelijk dat de geleverde zaken door de koper op zeer korte termijn moeten worden geïnspecteerd. Als er vervolgens wordt geconstateerd dat de producten ‘non-conform’ zijn, moet er snel worden geklaagd, anders verliest de afnemer zijn rechten. Hieronder zal hier nader op worden ingegaan. Dit artikel is dus ook relevant voor inkopers, zodat zij weten wat van hen wordt verwacht en op welke wijze het wordt bestraft wanneer niet adequaat met de inspectie- en klachtplicht wordt omgesprongen zodat interne processen hierop kunnen worden afgestemd.

In geval van non-conformiteit kan de koper de onder het WKV o.a. vervangende zaken of herstel vorderen, maar ook ontbinding, prijsvermindering of schadevergoeding. Deze acties kunnen slechts worden ingesteld indien de koper heeft voldaan aan zijn onderzoeks- en klachtplicht als neergelegd in art. 38 en 39 WKV. De artikelen bevatten open normen. De koper moet de zaken binnen een “gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke termijn” keuren of doen keuren en vervolgens “binnen een redelijke termijn” waarna is geconstateerd, dan wel geconstateerd had moeten worden, dat de zaak non-conform is hierover moeten klagen.

In de praktijk van de toepassing van het WKV gaan de onderzoeksplicht (de keuring) en de klachtplicht (de reclamatie) feitelijk in elkaar op. De koper die niet tijdig keurt, kan veelal niet
aan zijn klachtplicht voldoen. Een uitzondering hierop vormt de situatie wanneer het gebrek ook bij tijdig onderzoek niet kan worden vastgesteld. De klachtplicht dient mede het belang van de verkoper. Deze moet zo spoedig mogelijk geïnformeerd worden over de tekortkoming en de aard daarvan zodat hij zijn rechtspositie kan veiligstellen.

Het tijdstip en de omvang van het onderzoek door de koper zijn afhankelijk van een aantal factoren zoals het type van de gekochte zaak, de redelijke verwachtingen van de koper, de bederfelijkheid en  eventuele snelle verslechtering of verwerking van de zaken. De keuring moet zodanig zijn dat zichtbare gebreken en andere gebreken die de koper bij een keuring behoort te ontdekken aan het licht komen. De koper dient na te gaan of de geleverde zaak alle overeengekomen eigenschappen bezit, voor zover redelijkerwijs van hem gevergd kan worden dat hij hiernaar onderzoek doet. Ook vervangende en herstelde zaken dienen te worden onderzocht.

Concrete voorbeelden uit de rechtspraak
De rechtspraak toont geen enkele genade waar het gaat om de controleplicht. Volgens de Rechtbank Roermond (Rechtbank Roermond, 19 december 1991, NIPR 1992, nr. 394.) was de koper zelfs gehouden de diepgevroren kazen bij aflevering te onderzoeken alvorens verder te verhandelen. Hij diende ten minste een deel te ontdooien om aan zijn keuringsplicht te kunnen voldoen. Volgens de Rechtbank Breda diende de Nederlandse koper de watermeloenen vóór het transport vanuit Griekenland naar Nederland te (doen) keuren. Volgens de rechtbank is gesteld noch gebleken dat de beweerde non-conformiteit bij keuring voor het transport niet had kunnen worden ontdekt. Daarbij is niet van belang dat het ging om een omvangrijke partij watermeloenen die op diverse tijdstippen in delen werd afgeleverd dan wel doorgeleverd.

Ook dit jaar nog heeft de Rechtbank Midden-Nederland  zich uitgelaten over de keuringsplicht en de klachttermijn met betrekking tot food. Het ging in deze zaak om de levering van bevroren varkensvlees. Het varkensvlees werd door een Nederlands bedrijf geleverd aan een Franse producent van lasagne. Deze lasagne werd vervolgens geleverd aan de Duitse afnemer, die o.a. leverde aan de Duitse winkel ‘Netto’ die het op haar beurt de lasagne aan de consument verkocht. In 7 maanden tijd heeft de Franse producent 10 bestellingen bij de Nederlandse leverancier gedaan. Het ging hier om ‘Baader varkensvlees 3mm, mechanisch gesepareerd’. In de laatste maand ontvangt de Duitse afnemer diverse klachten van consumenten die stukjes bot of kraakbeen in de lasagne hebben aangetroffen. De Franse producent klaagt hierover bij de Nederlandse leverancier, retourneert het niet verwerkte varkensvlees en laat het bedrag aan openstaande facturen, zo’n € 95.000,-, onbetaald.

De Nederlandse leverancier vordert betaling van de facturen. De Franse producent voert hiertegen aan dat er sprake is geweest van de levering van non-conforme producten door de aanwezigheid van stukjes bot en kraakbeen. De Nederlandse leverancier voert hiertegen aan dat de aanwezigheid van bot en kraakbeen inherent is aan mechanisch gesepareerd vlees. Daarnaast stelt de Nederlandse leverancier dat de Franse producent heeft nagelaten tijdig onderzoek te doen naar de kwaliteit van het vlees. De Nederlandse leverancier beroept zich aldus op de onderzoeks- en klachtplicht.

De Franse producent voert aan dat hij de bevroren partijen vlees direct na levering heeft gecontroleerd op kleur en temperatuur. Daarnaast is van alle leveringen vlees direct na ontvangst een monster afgenomen ter keuring. Het afgenomen monster is vervolgens microbiologisch gecontroleerd. Uit deze monsters bleek geen non-conformiteit, aldus de Franse producent. De Franse producent stelt zich daarom op het standpunt dat sprake is van een verborgen gebrek, aangezien het probleem zich pas later heeft geopenbaard, te weten toen de eindgebruiker klachten indiende bij de winkel.

De rechtbank gaat hierin niet mee. De Franse producent heeft het vlees wel degelijk gecontroleerd bij ontvangst, maar de rechter vindt dat dit niet naar behoren is gedaan. Pas na ontvangst van de klachten heeft de Franse producent het vlees laten analyseren in een laboratorium. Daar werd de aanwezigheid van stukjes bot vastgesteld. De rechter geeft aan dat als de Franse producent dit meteen had gedaan, zij de aanwezigheid van stukjes bot ook meteen had ontdekt. De Franse producent had het dus kunnen ontdekken.

Meent de rechtbank nu dat de Franse producent bij elke levering een deel varkensvlees had laten moeten ontdooien en moeten laten analyseren door een laboratorium? Nee. De rechtbank geeft aan dat de stukjes bot ook “bij het proeven of met de hand bevoelen” reeds ontdekt had kunnen worden. De rechtbank vindt dat de Franse producent onvoldoende heeft onderbouwd waarom het is gebleven bij een controle van kleur, tempratuur en het doen van microbiologisch onderzoek.

Tot zover de keuringsplicht. Over de klachtplicht merkt de rechtbank het volgende op:

Bij bederfelijke waar heeft een korte klachttermijn te gelden. [gedaagde] heeft bij brief van 23 maart 2012 geklaagd over de op 13 februari 2012 door [eiseres] geleverde partij vlees. Dit is derhalve één maand en elf dagen na het moment waarop het vlees geleverd is. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] hiermee een redelijke klachttermijn heeft overschreden. Gelet op de gebruiken in de branche  (…) zijn termijnen van 24 tot 72 uur niet ongebruikelijk, hetgeen maakt dat met de brief van 23 maart 2012 zelfs ten aanzien van de door [eiseres] op 28 februari 2012 en 14 maart 2012 gedane leveringen te laat is geklaagd.”

De rechter merkt hier overigens bij op dat dit onder het Nederlandse recht, zonder het toepassen van het WKV niet anders was geweest. Ten aanzien van de klachtplicht uit het Burgerlijk Wetboek ziet met echter in de rechtspraak juist een toenemende verruiming van de redelijke termijn.

Kort en goed:

– er bevonden zich stukjes bot in het varkensvlees;
– in het midden blijft of dit mechanisch gesepareerd vlees non-conform maakt;
– het vlees is door de Franse producent direct na binnenkomst gekeurd, maar niet goed genoeg;
– de Franse producent heeft binnen 1,5 maand na levering geklaagd, dit is niet tijdig.
– De Franse producent moet het geleverde, en door haar geretourneerde, varkensvlees gewoon betalen.

Conclusie
Op internationale koopovereenkomsten met betrekking tot roerende zaken is regelmatig het Weens Koopverdrag (onbewust) van toepassing. De inspectie- en klachtplicht die het WKV voorschrijft worden in de rechtspraak strikt gehanteerd. De gevolgen voor de niet tijdige klager zijn groot; alle rechten ten aanzien van de gestelde non-conformiteit zoals herstel, ontbinding en schadevergoeding gaan verloren. Het is goed om u bij het aangaan van een overeenkomst af te vragen of het WKV van toepassing is en of dit wenselijk is. Welke keuze er ook wordt gemaakt; er kunnen altijd maatwerk afspraken worden gemaakt. Ten aanzien van dit soort B2B overeenkomsten geldt immers een zeer grote mate van contractsvrijheid. Dit houdt in dat de regels van het Burgerlijk Wetboek dan wel het WKV ter zijde kunnen worden gesteld of kunnen worden beperkt of aangevuld. De inspectie- en klachtplicht kan aldus worden uitgesloten, worden verruimd of worden geconcretiseerd door het benoemen van termijnen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen