Home > Faillissementen en overig insolventierecht > De boekhoudplicht en bestuurdersaansprakelijkheid
De boekhoudplicht en bestuurdersaansprakelijkheid

De boekhoudplicht en bestuurdersaansprakelijkheid

De bestuurder van een rechtspersoon die in staat van faillissement wordt verklaard, is vaak de kop van jut. In verreweg de meeste gevallen zullen de schuldeisers onbetaald blijven, en vaak is de bestuurder in hun ogen de verantwoordelijke voor het faillissement.

Bovendien bestaat het risico dat de faillissementscurator concludeert dat de bestuurder zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft uitgevoerd, als gevolg waarvan hij aansprakelijk wordt gesteld voor het tekort in het faillissement. Als dat het geval is, dan zal de curator in rechte vorderen dat de bestuurder wordt veroordeeld tot betaling van alle schulden van de rechtspersoon, voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan. Zodoende draait de bestuurder dan op voor de schulden aan de belastingdienst en de leveranciers.

De bestuurder zal dit risico graag willen beperken.

Volgens het Burgerlijk Wetboek heeft het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld als er niet is voldaan aan de boekhoudplicht. Deze kennelijk onbehoorlijke taakvervulling wordt bovendien vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Het is dan aan de bestuurder om aannemelijk te maken dat er andere belangrijke oorzaken ten grondslag liggen aan het faillissement. Slaagt hij daar niet in, dan wordt hij in principe veroordeeld tot voldoening van het faillissementstekort.

Wat houdt de boekhoudplicht nou specifiek in?

Het voeren van de boekhouding van een onderneming betekent het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen en doen functioneren van de onderneming, én ten behoeve van de verantwoording die daarover dient te worden afgelegd. Enerzijds bestaat de boekhouding dan ook uit het geheel van procedures en technieken, dat gericht is op het verkrijgen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie. Anderzijds bestaat de boekhouding uit de uitkomst van dat geheel van procedures en technieken.

Om te bezien of aan de boekhoudplicht is voldaan, dient men snel inzicht te kunnen verkrijgen in de debiteuren- en crediteurenposities, de liquiditeiten en de overige belangrijke balansposten; welke balansposten dat zijn, hangt af van de aard en de omvang van de onderneming. Daarnaast dient te worden nagegaan of de aangetroffen boekhouding voldoende is voor het besturen en doen functioneren van de onderneming, en het afleggen van verantwoording daarover.

Wanneer aan deze voorwaarden niet is voldaan, dan is de boekhoudplicht geschonden, met als gevolg dat het kennelijk onbehoorlijk bestuur daarmee vaststaat. De bestuurder beschikte immers kennelijk niet over de juiste boekhoudkundige gegevens, zodat hij niet op behoorlijk wijze de onderneming kon exploiteren, laat staan dat hij verantwoording over het door hem gevoerde beleid kon afleggen.

Slaagt de bestuurder er niet in om andere belangrijke oorzaken van het faillissement aannemelijk te maken, dan zal hij in beginsel worden veroordeeld in het faillissementstekort.

De bestuurder van de rechtspersoon doet er dan ook verstandig aan op juiste wijze de boekhouding te voeren. Aan de hand daarvan kan hij misschien nog tijdig ingrijpen om een faillissement te voorkomen. En als er dan toch onverhoopt een faillissement volgt, dan beperkt de op behoorlijke wijze gevoerde boekhouding aanzienlijk de kans dat de bestuurder aansprakelijk wordt gesteld op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen