Home > Energie > Kabel- en leidingschade – dekking onder de CAR-verzekering
Kabel- en leidingschade – dekking onder de CAR-verzekering

Kabel- en leidingschade – dekking onder de CAR-verzekering

Op 15 maart 2016 heeft het gerechtshof Amsterdam een uitspraak gedaan over de dekking van een leidingschade onder de polis van een CAR-verzekering en over het beroep van de CAR-verzekeraar op dekkingsuitsluiting.Het gerechtshof Amsterdam heeft daarbij onder meer geoordeeld dat de dekkingsuitsluiting tegenstrijdig is met de overige inhoud van de verzekeringsovereenkomst en om die reden moet worden gepasseerd.

De aanloop naar deze uitspraak
De zaak waarin het gerechtshof Amsterdam uitspraak deed betrof een geschil tussen de CAR-verzekeraar en haar verzekerde. Haar verzekerde was als onderaannemer ingeschakeld door hoofdaannemer KWS voor het beschoeien van de oever van de Vecht. Bij die werkzaamheden (in het jaar 2000) die werden verricht vanaf een ponton in de Vecht zou de onderaannemer een kabel van Liander hebben geraakt, waar Liander vervolgens pas enkele jaren later achter zou zijn gekomen (in het jaar 2004). Omdat de vorderingen van Liander op de onderaannemer waren verjaard sprak Liander de hoofdaannemer KWS aan op grond van een eigen onrechtmatige daad van KWS, waarop naar het oordeel van Liander niet de korte verjaringstermijn van 2 jaar van toepassing was. In die procedure speelde de vraag of ook de vorderingen van Liander op KWS waren verjaard. Dat geschil werd uitgeprocedeerd tot aan de Hoge Raad.

Op 21 november 2014 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag of de tweejarige verjaringstermijn, die geldt bij aanvaring (zie artikel 8:1793 BW), kan worden ingeroepen tegen een vordering op een hoofdaannemer voor een eigen onrechtmatige daad van die hoofdaannemer, namelijk het onvoldoende verifiëren of de onderaannemer voldoende onderzoek doet naar de ligging van leidingen, zoals KWS werd verweten. Zie hierover ook ons eerdere artikel.

In afwachting van die uitspraak heeft het gerechtshof Amsterdam de procedure tussen de onderaannemer en haar CAR-verzekeraar aangehouden. Immers, afhankelijk van de uitkomst van de zaak tussen Liander en KWS zou duidelijk worden of de onderaannemer nog een belang zou hebben bij haar vordering op de CAR-verzekeraar. Omdat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de vorderingen van Liander op KWS nog niet zijn verjaard, zal de onderaannemer nog steeds rekening moeten houden met een regresvordering op haar van KWS, waardoor de onderaannemer nog steeds een belang heeft bij haar vordering op haar CAR-verzekeraar.

Uitsluiting van dekking?
De CAR-verzekeraar stelde echter dat schade toegebracht met of door werkmaterieel dan wel vaartuigen van dekking was uitgesloten. Daarvan was sprake omdat de kabel was geraakt door een rupskraan (werkmaterieel) vanaf een ponton (vaartuig).

Het gerechtshof oordeelt met betrekking tot de uitsluiting van het werkmaterieel als volgt:

 “Blijkens de tekst van de bepaling is beslissend of de schade is “toegebracht met of door” een vaartuig en/of werkmaterieel. Verzekerde voert terecht aan dat de ruime uitleg van de uitsluiting die de CAR-verzekeraar verdedigt tot gevolg heeft dat in beginsel iedere schade die voortvloeit uit heiwerkzaamheden van dekking is uitgesloten. De CAR-verzekeraar heeft immers niet bestreden dat heiwerkzaamheden altijd met werkmaterieel worden uitgevoerd. De uitleg van de CAR-verzekeraar valt daarmee, zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet te rijmen met de overige inhoud van de CAR-verzekering, op grond waarvan voor heiwerkzaamheden uitdrukkelijk dekking wordt verleend en waarop zelfs een specifieke automatische dekkingsclausule van toepassing is verklaard.”

Met betrekking tot de uitsluiting van schade met of door de ponton als vaartuig oordeelt het gerechtshof vervolgens als volgt:

“De beweerde aansprakelijkheid van de onderaannemer houdt in dat zij de kabel heeft beschadigd doordat deze is geraakt bij het plaatsen van een beschoeiingspaal. De CAR-verzekeraar heeft niet voldoende concreet de stelling van de onderaannemer bestreden dat met het vereiste “met of door” in artikel II.5 onder d van de verzekeringsvoorwaarden tot uitdrukking is gebracht dat causaal verband moet bestaan tussen het gebruik van het materieel als zodanig en de kabelschade. Deze door de onderaannemer verdedigde uitleg van de uitsluiting is ook verenigbaar met de tekst daarvan. Het hof zal daarom van deze uitleg uitgaan. Uit hetgeen de CAR-verzekeraar ter onderbouwing van haar beroep op de uitsluiting heeft aangevoerd, blijkt onvoldoende dat voor de gestelde aansprakelijkheid van de onderaannemer een rol speelt dat de beschoeiingswerkzaamheden zijn uitgevoerd vanaf een ponton.”

Kortom, de uitsluiting in de polisvoorwaarden van schade toegebracht met of door werkmaterieel is tegenstrijdig met de overige inhoud van de verzekeringsovereenkomst en wordt daarom door het gerechtshof gepasseerd. De uitsluiting in de polisvoorwaarden van schade toegebracht met of door (onder meer) vaartuigen behelst daarnaast het vereiste dat causaal verband bestaat tussen het gebruik van (in casu) het vaartuig (de ponton) en de schade. Aangezien de onderaannemer werd verweten dat zij onvoldoende onderzoek had gedaan naar de ligging van kabels, terwijl de schade ook niet direct door contact met de ponton werd veroorzaakt, kan niet worden gesproken van schade met of door een vaartuig, zoals is geformuleerd in de uitsluiting.

Onderzoeksplicht van verzekerde (WION-clausule)
Tenslotte stelde de CAR-verzekeraar dat de onderaannemer de op haar rustende en met de verzekeringsovereenkomst overeengekomen clausule verplichting niet is nagekomen om de ligging van de kabel te traceren. Op grond van de beschikbare tekeningen en de aanwezige zinkerborden bestond er voor de onderaannemer voldoende aanleiding om aan te nemen dat een kabel in het werkterrein aanwezig was en had de onderaannemer de ligging daarvan nauwkeurig moeten bepalen. Omdat zij dat niet heeft gedaan, heeft de onderaannemer niet gehandeld overeenkomstig het bepaalde in de betreffende clausule en kan zij geen rechten aan de verzekering ontlenen, aldus Delta Lloyd.

In reactie hierop heeft de onderaannemer gesteld dat het graven van proefsleuven in de bodem van de Vecht geen werkbare eis was. De onderaannemer stelde dat zij het mogelijke heeft gedaan om de ligging van de kabels te traceren. Zij heeft daarmee voldaan aan haar polisverplichtingen. Dat de kabel toch is geraakt, betreft een menselijke fout. Dergelijke fouten zijn juist verzekerd onder de CAR-verzekering, aldus de onderaannemer.

Het gerechtshof oordeelt hierover als volgt:

“Ter gelegenheid van het pleidooi heeft de CAR-verzekeraar gesteld dat er technieken zijn om met apparatuur een kabel uit te meten of uit te peilen. De onderaannemer heeft hierop gereageerd en gesteld dat die technieken nog niet beschikbaar waren toen de onderhavige werkzaamheden werden uitgevoerd. De CAR-verzekeraar is daar vervolgens niet meer op ingegaan, zodat van de juistheid van het verweer van de onderaannemer dient te worden uitgegaan. Ook anderszins heeft de CAR-verzekeraar niet voldoende feiten en omstandigheden gesteld om te kunnen aannemen dat de onderaannemer in de gegeven omstandigheden meer had kunnen doen dan zij heeft gedaan, om zich te vergewissen van de ligging van de kabel. Gelet daarop kan niet worden geconcludeerd dat de onderaannemer clausule T040 heeft geschonden.”

Tot slot
Het gerechtshof is dus duidelijk over de dekkingsuitsluiting van schade toegebracht met of door werkmaterieel of een vaartuig. Waar het gaat om schade toegebracht met of door werkmaterieel valt die uitsluiting niet te rijmen met de overige inhoud van de verzekeringsovereenkomst. Waar het gaat om schade toegebracht met of door een vaartuig volgt het gerechtshof het standpunt van de onderaannemer dat dan wel causaal verband vereist is tussen het gebruik van het vaartuig en het ontstaan van de schade.

Over de uitsluiting van dekking vanwege het schenden van de onderzoeksplicht is het debat naar het zich laat aanzien niet heel uitvoerig gevoerd, althans het gerechtshof volgt daarbij het standpunt van de onderaannemer omdat daar door de CAR-verzekeraar niet zo veel tegen is ingebracht. Om die reden laat dat oordeel zich minder lenen om daar algemene conclusies aan te verbinden.

Peter van Huizen & Sebastiaan van de Kant

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen