U bent hier: Home > Financieel recht > Rentederivaten deel II: de risico’s
Rentederivaten deel II: de risico’s

Rentederivaten deel II: de risico’s

In deel I van de rentederivaten-reeks, heeft u kunnen lezen hoe rentederivaten werken en dat rentederivaten een marktwaarde kennen. Als de marktomstandigheden wijzigen, dan heeft dat gevolgen voor de marktwaarde van die renteswap. En dat kan risico’s inhouden voor de partijen die de renteswap zijn aangegaan. Daarnaast zijn er ook andere risico’s verbonden aan renteswaps. In dit deel van de rentederivaten-reeks wordt nader ingegaan op de risico’s die verbonden kunnen zijn aan renteswaps.

Liquiditeitsrisico oftewel margin verplichtingen
Bij een swap is het van belang dat partijen te allen tijde aan de verplichtingen kunnen voldoen. Eén van de risico’s bij een renteswap is dat er een negatieve marktwaarde ontstaat. Deze kan ontstaan als de markt veel gunstigere voorwaarden biedt dan de afspraken in het swapcontract. De leningnemer betaalt dan meer dan hij betaald zou hebben zonder swapcontract. Om dit zogenaamde ‘liquiditeitsrisico’ van de swap af te dekken moeten er op grond van de wet ‘margin’ oftewel zekerheid worden aangehouden. Die zekerheid kan bestaan uit contanten, effecten of krediet. In het geval van renteswaps die met het MKB zijn afgesloten hebben banken aan deze verplichtingen voldaan door interne kredietlimieten aan te houden. Bij de Rabobank heten deze ‘Afgesproken Bedrag’, de ING noemt ze ‘Allowancefaciliteit’ en de ABN AMRO heeft het over ‘OTC Kredietovereenkomst’.

Alle banken hebben er (na wat wijzigingen in de voorwaarden) voor zorggedragen dat de ten behoeve van bedrijfsfinancieringen verstrekte zekerheden eveneens dienen als zekerheid voor de marginverplichtingen. Tot het in de overeenkomst genoemde drempelbedrag van de interne kredietlimiet hoeven waardeveranderingen niet separaat te worden afgedekt.

Als gevolg van de marktontwikkelingen, waarbij renteswaps een steeds hogere negatieve waarde kregen, zijn banken de interne kredietlimieten gaan verhogen. Klanten hebben meerdere malen nieuwe Treasury Inventarisatie Formulieren (TIF formulieren), Allowance faciliteiten of OTC Kredietovereenkomsten moeten tekenen waarin de (interne) kredietlimiet substantieel verhoogd werd. Indien klanten weigerden om deze overeenkomsten te tekenen, diende er ofwel liquide middelen gestort te worden of extra zekerheden gesteld te worden als zekerheid om aan de betalingsverplichtingen van de swap te kunnen blijven voldoen (‘margin call’). Indien klanten daar niet aan voldeden, dan werd met beëindiging van de renteswap gedreigd waardoor de negatieve waarde verschuldigd werd. Veel klanten hebben daarom getekend voor de verhogingen van de kredietlimieten. De zekerheden die verstrekt waren voor de bedrijfsfinancieringen, dienden tevens als zekerheid voor de verhoogde kredietlimieten. Dit had een verslechterde schuldpositie van de klant tot gevolg hetgeen weer leidde tot verhogingen van de opslagen.

Open positie oftewel overhedge
In veel gevallen is de renteswap afgesloten zonder dat er een financiering aan ten grondslag lag. Ofwel is er vervroegd afgelost op de bedrijfsfinanciering, maar is de hoofdsom van de renteswap niet eveneens verlaagd. Er is dan sprake van een speculatieve positie oftewel een ‘overhedge’. Door het innemen van een dergelijke positie in een renteswap kan gespeculeerd worden op bepaalde toekomstige renteschommelingen.

Van een dergelijke open positie was in het geval van Vestia ook sprake. Vestia speculeerde erop dat de rente op 3% haar dieptepunt bereikt had en is voor toekomstige investeringen waar nog geen financiering aan ten grondslag lag, grote posities in renteswaps aangegaan waarbij ze er dus vanuit ging dat de rente zou stijgen. Als gevolg van de kredietcrisis daalde de rente echter tot 2%. Deze daling heeft ervoor gezorgd dat het met de banken afgesproken drempelbedrag (threshold) overschreden werd en Vestia liquiditeiten moest bijstorten (margin calls). De contracten zijn volgens de berichten in de pers bovendien voor zeer lange looptijden gekocht, hetgeen de risico’s alleen maar groter maakte.

Zolang Vestia over middelen beschikte om te voldoen aan de ‘margin calls’ waren de problemen nog enigszins te overzien aangezien deze middelen bij een rentestijging ook weer teruggestort zouden worden. Maar op een gegeven moment was de bodem bereikt en moesten er andere maatregelen genomen worden.

Voor MKB-ondernemingen gold dat banken bij het ontstaan van een overhedge veelal eigenhandig ook de hoofdsom van de renteswap naar beneden hebben bijgesteld. De ondernemer moest vervolgens de daarmee gemoeide negatieve waarde betalen. Daar waar de hoofdsom van de renteswap niet naar beneden is bijgesteld, had een overhedge tot gevolg dat een ondernemer rente betaalde over een te hoge hoofdsom.

Tussentijdse verhogingen toeslagen
Naast woningcorporaties, hebben ook veel MKB-ondernemingen derivaten afgesloten. Banken verstrekten zo rond 2008 geen financieringen voor langere termijn meer tegen vaste rentes. Bedrijven die dergelijke financieringen nodig hadden, is geadviseerd om een lening tegen variabele rente af te sluiten en het renterisico af te dekken door middel van een renteswap. De variabele rente werd dus geruild tegen de vaste rente. Dat was op zich een prima constructie totdat banken de opslag die betaald moest worden voor de onderliggende financiering aanzienlijk gingen verhogen. Deze toeslagen (door sommige banken ook wel ‘markttoeslag’ genoemd) werd in veel gevallen met meer dan 1% verhoogd. Daar waar de bedrijven door middel van de constructie van een variabele lening met een renteswap in de veronderstelling waren dat ze met een lening met een vaste rente aangingen, moesten ze naast die vaste rente dus van de ene op de andere dag ook nog een forse toeslagverhogingen betalen. Deze verhoogde opslagen legde een groot beslag op de liquiditeitspositie van die bedrijven.

Mismatch in looptijd
Een renteswap is een overeenkomst die separaat van de financiering met de bank gesloten wordt. Er zijn gevallen bekend waarbij er een renteswap is afgesloten voor tien jaar, terwijl de financieringsbehoefte maar vijf jaar was. Een renteswap is echter niet flexibel en kan alleen tussentijds beëindigd worden als de marktwaarde aan de bank wordt vergoed. Bij een dalende rente, ontstaat er een negatieve waarde die bij tussentijdse beëindiging van de renteswap  aan de bank vergoed moet worden. Veel MKB-ondernemingen hebben hier last van gehad. Doordat projecten en investeringen als gevolg van de kredietcrisis terugliepen, bleken er geen onderliggende financieringen meer nodig te zijn. De verplichtingen van de renteswap liepen echter gewoon door. Ook hierdoor ontstond er een overhedge, hetgeen leidde tot de risico’s als hiervoor omschreven.

In deze blog heb ik de belangrijkste risico’s van renteswaps kort op een rij gezet. In het volgende deel kunt u meer lezen over de juridische mogelijkheden die er zijn als deze risico’s zich realiseren.

Wilt u uw juridische positie ten opzichte van de financiële instelling in kaart laten brengen door een specialist, dan kunt u contact opnemen met Chantal van den Borne (borne@dirkzwager.nl). Wilt u vooraf een kosteloze indicatie hebben van de juridische haalbaarheid van uw vorderingen? Vul dan de checklist renteswap in.

mr. C. van den Borne-Verheijen
advocaat Financieel Recht

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen