Home > Contracten > Een contractuele boete is geen papieren tijger
Een contractuele boete is geen papieren tijger

Een contractuele boete is geen papieren tijger

Inleiding
‘Ach, om zo’n contractuele boete hoef ik me niet zo druk te maken; die wordt toch niet toegewezen’. Zo denken veel mensen die een contract ondertekenen waarin een bepaling voorkomt over een boete die zij moeten betalen als zij het contract niet (goed) nakomen.
En opmerkelijk genoeg, ook de partij die volgens het contract recht heeft op de boete, is er vaak niet zo scherp op om de boete in voorkomend geval (via de rechter) te claimen.
De rechter zal de boete toch wel schrappen of in ieder geval fors matigen, is dan de gedachte.
In de straat zijn dergelijke opvattingen tamelijk onuitroeibaar.
Maar in het recht geldt toch echt iets anders.

Zo maar een gerechtelijke uitspraak
Op 1 mei van dit jaar deed het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (GHARL:215:2993) in hoger beroep een uitspraak over een contractuele boetekwestie. Die uitspraak was juridisch niet zo belang­wekkend maar wel illustratief.
Het ging om de vraag of een contractpartij die een overeenkomst voortijdig had beëindigd, daarvoor een ‘verbrekingsvergoeding’ van ruim EUR 2.000 moest betalen. In hoger beroep stond niet ter discussie dat die vergoeding in juridische zin eigenlijk een boete was. Naast deze boete werd de verbrekende partij ook aangesproken voor een bedrag ad ruim EUR 1.650 wegens openstaande facturen.
De kantonrechter had het openstaande factuurbedrag toegewezen (met rente en kosten) maar matigde de boete met meer dan de helft tot circa EUR 760. De kantonrechter oordeelde dat het volledige contractuele boetebedrag in dit geval zou leiden tot een buitensporig resultaat en achtte het om die reden onaanvaardbaar. Het gerechtshof dacht daar anders over, schrapte de matiging en wees de boete alsnog volledig toe. In verhouding tot de schade die de eiser ook had kunnen vorderen was de boete volgens het Hof helemaal niet buitensporig hoog. Het resultaat dat de volledige boete betaald moest worden, was daarmee dus ook niet onaanvaardbaar.

Niks bijzonders
Kijkend naar de wet en eerdere rechtspraak van de Hoge Raad, is deze uitspraak niets bijzonders. Tenminste, in het geval van reguliere contractverhoudingen. Zodra er consumenten om de hoek komen kijken, wordt het ingewikkelder; dan komt de beschermingsgedachte ten behoeve van de consument nadrukkelijk in beeld. Maar over consumentencontracten gaat het hier niet.
Volgens de wet kan de rechter een boete matigen ‘indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist’. Artikel 6:94 lid 1 B.W. In de rechtspraak heeft deze wettelijke norm zich ontwikkeld tot de maatstaf of onverkorte toepassing van het contractuele boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat leidt.
In de hierboven genoemde uitspraak hebben zowel de kantonrechter als het gerechtshof vanuit deze juiste maatstaf geredeneerd; zij hebben de ‘gegeven omstandigheden’ alleen verschillend gewogen, met als gevolg dat de uitspraken aanzienlijk uit elkaar lopen: wel matiging (kantonrechter) versus geen matiging (gerechtshof).
Er geldt ook nog de algemene notie dat de rechter spaarzaam moet omgaan met zijn matigingsbevoegdheid en zich terughoudend moet opstellen als het om matiging gaat. Op die manier bezien, past de uitspraak van het Hof beter in de heersende leer dan de eerdere beslissing van de kantonrechter.

Of toch?
Mr. Van der Minne (in ORP 2015, nr. 161, “Matiging contractuele boete: kans van slagen?”) heeft onlangs een beperkt onderzoek gedaan naar de matiging van boetes door gerechtshoven. Over een korte periode van vijf maanden in 2015 vond hij 17 gepubliceerde uitspraken van gerechtshoven; daarbij werd er in 6 gevallen (circa 35%) gematigd en dat is meer dan je vanuit de strenge leer van de wet en de Hoge Raad zou verwachten. Er zouden over een beduidend langere periode veel meer gerechtelijke uitspraken onder de loep genomen moeten worden. Misschien is de uitkomst dan wel dat er door de ‘gewone’ rechters bij rechtbanken en hoven royaler wordt omgegaan met de matigingsbevoegdheid en dat met de juiste maatstaf ruimhartiger beslissingen worden genomen dan de wetgever en de Hoge Raad hebben bedoeld.

De wil van partijen is ook een beetje wet
Overigens dient bedacht te worden dat partijen in hun contract ook zelf in belangrijke mate kleuring kunnen geven aan het boetebeding. Geldt een algemene boete bij iedere inbreuk op het contract of zijn er specifieke boetes gesteld op concrete contractinbreuken? Gaat het om een eenmalig boetebedrag of wordt de boete hoger naarmate de tijd verstrijkt, en in dat laatste geval, is de boete gemaximeerd? Is de boete ook verschuldigd bij overmacht? Ten aanzien van al dit soort punten kan een contract specifieke bepalingen bevatten. En naarmate een boetebeding specifieker is en meer in detail is uitonderhandeld, zal de rechter minder de neiging hebben om in te breken op de gemaakte afspraken en de boete te matigen. Het lot van het boetebeding ligt dus in belangrijke mate in handen van partijen zelf.

Slot
Hoe hard de tijger van het boetebeding in de praktijk zal bijten, valt nog maar te bezien.
Maar let op: van papier is deze tijger zeker niet!

Frans Knüppe
Arnhem, 1 september 2015

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen