Home > Contracten > Koop of reparatie van een boot in grensoverschrijdende gevallen
Koop of reparatie van een boot in grensoverschrijdende gevallen

Koop of reparatie van een boot in grensoverschrijdende gevallen

De handelsbetrekkingen tussen Duitsland en Nederland zijn bijzonder nauw. Hierbij gaat het om tal van markten en branches, daaronder ook de scheeps- en botenbouw. Nederlandse botenbouwers hebben in Duitsland een goede reputatie en daarom laten veel Duitsers in Nederland hun boot bouwen of repareren. Ook de Nederlandse kust is bij de buren bijzonder geliefd. Daarom laten Duitsers hun boot in Nederland liggen en huren hier een ligplaats voor de winter. Uit de praktijk blijkt dat het hierbij heel belangrijk is dat de contractuele afspraken correct schriftelijk worden vastgelegd, zodat beide partijen weten wat ze kunnen verwachten, en om latere conflicten en geschillen te voorkomen. Onderstaand wordt kort uiteengezet welk recht in de mogelijke situaties van toepassing is c.q. welke rechtbank bevoegd is. Deze toelichting is met name bedoeld om de contractuele afspraken binnen de wettelijke mogelijkheden zo veel mogelijk aan de wensen aan te passen.

Toepasselijk recht
De koop van een bestaande boot is een koopovereenkomst. Indien een Duitse consument bij een Nederlands bedrijf een boot koopt, geldt het volgende: in principe kunnen de partijen overeenkomen welk recht op de koopovereenkomst van toepassing is. Dit dient in de koopovereenkomst schriftelijk te worden vastgelegd. Indien de koper een consument is, mag de rechtskeuze echter niet tot gevolg hebben dat de consument niet de bescherming geniet die hem volgens het objectief toepasselijke recht (het recht dat op grond van de wettelijke voorschriften van toepassing zou zijn indien partijen geen rechtskeuze hadden gemaakt) toekomt. Het objectief toepasselijke recht zou in onderhavig geval het Duitse recht zijn (omdat Duitsland het land is waarin de consument zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft), voor zover de Nederlandse ondernemer zijn beroepsactiviteit in Duitsland uitoefent of zijn activiteit daarbij ook op Duitsland richt. Voorwaarde voor een op Duitsland gerichte beroepsactiviteit is een actief, bewust handelen van de bootverkoper. Indien de Nederlandse verkoper zich bij zijn activiteit niet actief op de Duitse markt richt en zijn activiteit ook niet in Duitsland uitoefent, dan geldt als het objectief toepasselijke recht het recht van het land, waarin de verkoper gevestigd is, dus het Nederlandse recht. Omdat de Nederlandse botenbouwer zijn activiteit vaak uitsluitend in Nederland uitoefent, is de regeling ten behoeve van de bescherming van de consument in de meeste gevallen dus niet relevant en is het Nederlandse recht van toepassing.

Indien de Nederlandse ondernemer een boot verkoopt aan een Duitse ondernemer, die de boot koopt in het kader van zijn bedrijfsuitoefening (dus niet als particulier), dan is ofwel het contractueel overeengekomen recht van toepassing, ofwel – indien een dergelijke afspraak niet gemaakt is – het Nederlandse recht (het recht van het land waarin de verkoper gevestigd is). Hierbij dient te worden opgemerkt dat het Weens Koopverdrag op de koop van zee- en binnenvaartschepen principieel niet van toepassing is.
Op een koopovereenkomst waarin partijen geen rechtskeuze overeengekomen zijn, zal dus meestal Nederlands recht van toepassing zijn.
Indien een Duitse koper aan een Nederlandse botenbouwer opdracht verstrekt tot het bouwen van een boot, dan betreft het een aannemingsovereenkomst. Indien de Nederlandse botenbouwer zijn werkzaamheden (botenbouw) vervolgens in Nederland uitvoert, dan is hetgeen bovenstaand ten aanzien van de koopovereenkomst werd uiteengezet, ook hier van toepassing. Indien de Nederlander de boot in Duitsland zou bouwen, dan zou Duits recht van toepassing zijn.
Hetzelfde geldt voor de reparatie van een boot.

Rechterlijke bevoegdheid
Een andere vraag is, welke rechter bij een juridische procedure inzake een geschil bevoegd is. Ook dit kunnen de partijen in de betreffende overeenkomst vastleggen. Een dergelijke afspraak omtrent de rechterlijke bevoegdheid is ten opzichte van een consument echter alleen geldig voor zover deze afspraak na het ontstaan van het geschil tot stand is gekomen. Maar dat is in de meeste gevallen niet waarschijnlijk. Daarom geldt bij een overeenkomst met een consument: de Duitse consument kan kiezen of hij de procedure tegen de Nederlandse ondernemer aanhangig maakt bij de rechtbank die bevoegd is voor de woonplaats van de Duitse consument, of bij de rechtbank die bevoegd is voor de plaats van vestiging van de Nederlandse ondernemer. De Nederlandse ondernemer heeft echter geen keuzerecht. Hij dient de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank die bevoegd is voor de woonplaats van de Duitse consument.

Indien beide partijen bij de overeenkomst ondernemer zijn en beide de overeenkomst ook beroepsmatig met elkaar aangaan, kunnen de partijen een rechtskeuze overeenkomen. In dat geval verdient het aanbeveling erop te letten dat bij de keuze van het toepasselijke recht en van de bevoegde rechter voor hetzelfde rechtssysteem wordt gekozen, dus Duits recht en Duitse rechter of Nederlands recht en Nederlandse rechter.

Indien de partijen (ondernemers) geen rechterlijke bevoegdheid overeengekomen zijn, dan berust deze bevoegdheid bij de rechter van de plaats waar de contractuele verplichting moest worden nagekomen. Voor zover contractueel niet anders werd overeengekomen, is dit bij een koopovereenkomst de plaats waar de boot moest worden afgeleverd, en bij een aannemingsovereenkomst de plaats waar de dienstverlening (bouw of reparatie) diende plaats te vinden.

Samenvatting
Zoals reeds vermeld, hebben de partijen de mogelijkheid om afspraken te maken over het op de betreffende overeenkomst van toepassing zijnde recht. Dit recht is dan op de contractuele relatie van toepassing. Indien de contractpartner van de Nederlandse contractpartij een Duitse consument is, kunnen in bepaalde gevallen ook Duitse dwingende wettelijke bepalingen ter bescherming van de consument van toepassing zijn. Maar dit zal in veel gevallen niet gelden, omdat de Nederlandse botenbouwer zijn werkzaamheden in Nederland uitvoert.

Het toepasselijke recht kan dus op basis van contractuele afspraken worden vastgelegd. Indien dit niet gebeurt, dan is meestal het recht van het land van toepassing waarin de verkoper gevestigd is c.q. waarin de opdrachtnemer zijn bedrijfsactiviteit uitoefent.

Bij overeenkomsten met consumenten zal gewoonlijk Nederlands recht van toepassing zijn, maar kan de Duitse consument een zaak ofwel bij een Duitse of bij een Nederlandse rechtbank aanhangig maken. Bij overeenkomsten tussen ondernemers berust de rechterlijke bevoegdheid, voor zover deze niet contractueel werd overeengekomen, bij de rechtbank die bevoegd is voor de plaats van uitvoering c.q. voor de plaats van levering.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen