Home > Onderwijs > Geen fusietoets voor het praktijkonderwijs
Geen fusietoets voor het praktijkonderwijs

Geen fusietoets voor het praktijkonderwijs

Op 6 februari 2015 heeft de staatssecretaris van onderwijs een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer waarin hij, naast andere wijzigingen in diverse onderwijswetten, voorstelt om het praktijkonderwijs uit te zonderen van de fusietoets.

Praktijkonderwijs is onderwijs voor leerlingen voor wie vaststaat dat overwegend een orthopedagogische en orthodidactische benadering is geboden, en het volgen van het onderwijs in een van de leerwegen in het vmbo niet leidt tot het behalen van een vmbo-diploma.

In de Memorie van Toelichting stelt de staatssecretaris dat het altijd de bedoeling van de wetgever is geweest om fusies, waarbij praktijkonderwijs een rol speelt uit te zonderen van de fusietoets. Het praktijkonderwijs is kleinschalig georganiseerd en heeft altijd slechts een beperkte invloed op de menselijke maat in het onderwijs. Met dit wetsvoorstel wordt deze bedoeling nu wettelijk vastgelegd.

De voorgestelde uitzondering van de fusietoets betreft bestuurlijke fusies waarbij de instandhouding van één of meer categoriale scholen voor praktijkonderwijs wordt overgedragen aan een ander bevoegd gezag dat een of meerdere scholen voor praktijkonderwijs in stand houdt. Ook indien de instandhouding van één of meerdere scholen voor praktijkonderwijs wordt overgedragen aan een bevoegd gezag dat een school of scholengemeenschap met (eventueel naast praktijkonderwijs ook) andere scholen of schoolsoorten in stand houdt, is de fusie niet aan de fusietoets onderhevig. De fusie is wel toets plichtig als naast de instandhouding van één of meer scholen voor praktijkonderwijs ook de instandhouding van één of meer andere scholen of schoolsoorten of scholengemeenschappen wordt overgedragen aan een bevoegd gezag dat één of meer scholen of scholengemeenschappen in stand houdt. Het effect op de keuzevrijheid is dan groter, omdat er dan een bevoegd gezag is dat niet louter één of meerdere scholen voor praktijkonderwijs erbij krijgt, maar ook andere grootschaliger georganiseerde scholen of schoolsoorten. De aanvraag voor goedkeuring van de fusie ziet dan op de andere schoolsoorten dan het praktijkonderwijs. Ook in het geval van een dergelijke fusie worden de effecten voor praktijkonderwijs niet meegenomen in het advies van de adviescommissie en het besluit van de Minister.

De uitzondering ziet ook op institutionele fusies waarbij een school voor praktijkonderwijs samengaat met een andere school voor praktijkonderwijs. Deze fusies zijn ook niet aan de fusietoets onderhevig. Ook niet toets plichtig is een institutionele fusie van een categoriale school voor praktijkonderwijs met een andere school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs (vbo, mavo, havo en/of vwo). Ook in dat geval wordt namelijk alleen praktijkonderwijs toegevoegd aan de school of scholengemeenschap. Een institutionele fusie van een scholengemeenschap waarin een school met praktijkonderwijs is opgenomen met een andere brede scholengemeenschap, waarin een school met praktijkonderwijs is opgenomen, is wel toets plichtig voor zover het de andere schoolsoorten dan praktijkonderwijs betreft. Voorts valt de overdracht van de instandhouding van een school of scholengemeenschap voor vbo, mavo, havo en/of vwo aan een ander schoolbestuur met scholengemeenschappen waaraan een school voor praktijkonderwijs is verbonden onder de fusie toets plicht

Tot slot bepaalt het wetsvoorstel, gelet op het feit dat het praktijkonderwijs wordt uitgezonderd van de fusietoets, dat leerlingen die dit onderwijs volgen niet worden meegerekend in de telling van het totale aantal leerlingen van een school, voor zover het gaat om het vaststellen van de noodzaak tot advisering over het fusievoornemen.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen