Home > Leisure & Hospitality > Onderverhuur aan toeristen leidt tot ontruiming van huurder
Onderverhuur aan toeristen leidt tot ontruiming van huurder

Onderverhuur aan toeristen leidt tot ontruiming van huurder

Amsterdam is een populaire bestemming voor toeristen. Ondernemers in en rondom onze hoofdstad pikken graag een graantje mee van de bestedende toerist. Maar ook ‘gewone’ burgers ontdekken steeds meer manieren om hun inkomen aan te vullen, bijvoorbeeld door verhuur van een kamer aan toeristen via websites als Airbnb.

De burger die overweegt om (gedeeltes van) zijn woonruimte aan toeristen te verhuren, doet er echter verstandig aan om zijn (eventuele) huurcontract en/of de splitsingsakte en statuten van zijn (eventuele) Vereniging van Eigenaars erop na te slaan om te zien of zulk een gebruik wel is toegstaan.

Waar ongeoorloofde (onder)verhuur aan toeristen toe kan leiden ondervond bijvoorbeeld de huurder in de zaak die speelde voor de Kantonrechter Amsterdam (d.d. 22 oktober 2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:7231). De verhuurder vorderde in kort geding de ontruiming van het gehuurde door deze huurder omdat er een (kleine) huurachterstand was, maar voornamelijk omdat de huurder in strijd met het huurcontract gedeeltes van het gehuurde aan toeristen verhuurde, welke toeristen bovendien voor overlast zorgden.

De Kantonrechter wees de vordering van de verhuurder toe. De Kantonrechter overwoog dat in voldoende mate vaststond dat de huurder, óók nadat hij daar door de verhuurder op was aangesproken, gedeeltes van het gehuurde onderverhuurde aan toeristen en daartoe gebruik maakte van commerciële websites. Interessant aan het vonnis in kort geding van de Kantonrechter is in het bijzonder de overweging: “Nu het commerciële, telkens kortdurende verhuur aan toeristen betreft, waarvoor [gedaagde] een in vergelijking met de feitelijke huurprijs (zeer) hoge huurprijs in rekening brengt, kwalificeert de onderverhuur als een zodanige tekortkoming dat voorshands geoordeeld wordt dat deze tekortkoming in een bodemprocedure zal leiden tot een ontbinding van de huurovereenkomst. Het is dan ook gerechtvaardigd om op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van de voorziening zoals gevorderd. De ontruiming wordt toegewezen, waarbij [gedaagde] een termijn van een maand zal krijgen om het gehuurde te ontruimen.”

De Kantonrechter verklaarde het vonnis bovendien uitvoerbaar bij voorraad zodat de huurder sowieso binnen een maand het gehuurde diende te verlaten.

Charlotte Raaimakers, advocaat huurrecht en Leisure & Hospitality

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen