Home > Onderwijs > Concept besluit integratie lwoo en pro in passend onderwijs ter consultatie
Concept besluit integratie lwoo en pro in passend onderwijs ter consultatie

Concept besluit integratie lwoo en pro in passend onderwijs ter consultatie

Onlangs hebben de staatssecretarissen van onderwijs en economische zaken een concept besluit integratie lwoo en pro in passend onderwijs ter consultatie gepubliceerd. In dit besluit worden wordt uitvoering gegeven aan de opdracht of mogelijkheid die wordt geboden in het wetsvoorstel Integratie lwoo en pro in passend onderwijs (hierna: het “wetsvoorstel”) om nadere voorschriften te geven.

In het besluit wordt vastgelegd welke criteria een samenwerkingsverband passend onderwijs moet hanteren voor de toewijzing, en aan welke procedurevoorschriften ze zich moeten houden. Ook wordt vastgelegd welke voorschriften er zijn voor de mogelijkheid tot opting out.

De procedure voor de toewijzing van lwoo en pro door de samenwerkingsverbanden wordt zoveel mogelijk vormgegeven naar analogie van passend onderwijs. In het wetsvoorstel is voorgesteld dat het samenwerkingsverband op basis van de huidige landelijke criteria bepaalt of een leerling is aangewezen op het lwoo of toelaatbaar is tot het pro. De landelijke criteria zijn overgenomen in het besluit Deze criteria zijn niet gewijzigd ten opzichte van de bestaande landelijke criteria.

Omdat vooralsnog de landelijke criteria voor ondersteuningstoewijzing voor lwoo en pro worden gehandhaafd, is een deel van de procedure die vastgelegd was voor de indicatiestelling door de regionale verwijzingscommissies (RVC’s) behouden en opgenomen in het besluit. Dat geldt voor de documenten die bij de aanvraag gevoegd moeten worden, zoals een onderwijskundig rapport, een motivering van de aanvraag door de school, en de zienswijze van de ouders (in geval van een aanvraag voor pro). Ook moet er voor de gegevens waarop de aanvraag gebaseerd is, gebruik worden gemaakt van de vastgestelde test- en screeningsinstrumenten, die jaarlijks via een ministeriële regeling worden gepubliceerd.

De specifieke voorschriften die voor het indienen van een aanvraag bij het RVC waren vastgelegd, verdwijnen met de inpassing van lwoo en pro in passend onderwijs. Het is nu aan de schoolbesturen in het samenwerkingsverband om afspraken te maken over de termijnen om te komen tot ondersteuningstoewijzing. Daarbij dienen zij rekening te houden met de in passend onderwijs gestelde termijnen tussen aanmelding en plaatsing op een school. De afspraken hierover dienen zij vast te leggen in het ondersteuningsplan.

Het samenwerkingsverband vormt een oordeel over de toelaatbaarheid tot het pro of het aangewezen zijn op het lwoo op basis van het dossier dat wordt aangeleverd door het bevoegd gezag van de school waar de leerling zich heeft aangemeld of staat ingeschreven. Dit stelt eisen aan de inhoud van de dossiers. Deze eisen zijn opgenomen in het besluit en zijn gelijk aan de eisen die waren opgesteld in het Besluit RVC’s en regionaal zorgbudget, omdat de landelijke criteria nog gebruikt moeten worden.

Op dit moment kan een leerling pas worden toegelaten tot het pro als hij twaalf jaar is. Omdat dit in enkele gevallen tot problemen leidt, wordt dit in het besluit gewijzigd. Er wordt vastgelegd dat leerlingen tot het pro kunnen worden toegelaten op het moment dat zij het achtste schooljaar van het basisonderwijs hebben gevolgd. Dit is geen aanpassing in het kader van de inpassing van pro in passend onderwijs, maar wordt meegenomen nu de regelgeving toch wordt aangepast.

Met onderhavig besluit is het mogelijk dat ook andere scholen een aanvraag bij het samenwerkingsverband kunnen indienen voor deze leerlingen. Reden hiervoor is dat scholen met invoering van passend onderwijs zorgplicht hebben, en het daardoor kan voorkomen dat een leerling staat ingeschreven bij een school voor vmbo of een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso) op het moment dat moet worden bepaald of de leerling toelaatbaar is tot het pro.

Onder passend onderwijs is vastgelegd dat deskundigen moeten adviseren over de toelaatbaarheid van leerlingen tot het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Omdat de beoordeling of een leerling is aangewezen op lwoo of toelaatbaar is tot het pro een specifieke deskundigheid vereist, wordt in het besluit een deskundige op het terrein van vbo, mavo en vmbo toegevoegd als tweede (aanbevolen) deskundige.

De toewijzing van lwoo of pro is geldig voor de gehele schoolloopbaan van een leerling. Samenwerkingsverbanden die kiezen voor een opting out voor de criteria kunnen er aanvullend voor kiezen om zelf de geldigheidsduur te bepalen van de toelaatbaarheidsverklaring tot het praktijkonderwijs of het aangewezen zijn op het lwoo. In dit besluit is vastgelegd dat de geldigheidsduur van deze toewijzing minimaal 1 schooljaar moet zijn, net zoals voor het vso. Als een samenwerkingsverband ervoor kiest om zelf een geldigheidsduur te bepalen voor het pro, dan moet de school waar de leerling is ingeschreven er na het verlopen van de toelaatbaarheidsverklaring voor zorgen dat deze verlengd wordt, of dat de leerling overgeplaatst wordt naar een andere school.

Uit het wetsvoorstel vloeit voort dat als een samenwerkingsverband kiest voor een opting out voor lwoo-licenties, het samenwerkingsverband ook in het ondersteuningsplan moet opnemen onder welke voorwaarden een school in aanmerking komt voor een lwoo-licentie. Na vaststelling van het ondersteuningsplan kan het samenwerkingsverband aan de minister doorgeven welke scholen zij voor lwoo-bekostiging in aanmerking willen brengen. Dit is anders dan in de huidige situatie en verschilt van samenwerkingsverbanden die niet deelnemen aan een vorm van opting out: in dat geval doet het bevoegd gezag van de school de aanvraag voor een lwoo-licentie. Het samenwerkingsverband kan dus niet zelf de lwoo-licentie afgeven, maar moet hiertoe een aanvraag doen via de minister. Reden hiervoor is dat alleen de minister een school voor bekostiging in aanmerking kan brengen. Bovendien is het voor de bekostiging van belang om tijdig te registreren welke samenwerkingsverbanden kiezen voor de opting out voor de lwoo-licenties. Het besluit bepaalt dat bij ministeriële regeling de procedure zal worden voorgeschreven voor de aanvraag van lwoo-licenties voor samenwerkingsverbanden die kiezen voor opting out. Daarbij kan worden gedacht aan de datum waarop een aanvraag dient te worden gedaan en het formulier dat hierbij moet worden gebruikt.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen