Home > Onderwijs > Wetsvoorstel integratie lwoo en pro in passend onderwijs naar Tweede Kamer
Wetsvoorstel integratie lwoo en pro in passend onderwijs naar Tweede Kamer

Wetsvoorstel integratie lwoo en pro in passend onderwijs naar Tweede Kamer

Onlangs heeft de staatssecretaris van onderwijs een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer [1] gestuurd met het oog op de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) in het stelsel van passend onderwijs. Samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs worden dan verantwoordelijk voor de toewijzing van leerlingen naar het lwoo of pro en voor de bijbehorende budgeten.

Een deel van de leerlingen in het vmbo is aangewezen op lwoo. Het lwoo is bedoeld voor leerlingen in één van de vier leerwegen in het vmbo. Het is geen aparte schoolsoort, maar extra ondersteuning aan leerlingen in het vmbo. Leerlingen van wie niet verwacht kan worden dat ze een vmbo-diploma kunnen halen, kunnen terecht op het pro. Het pro is in tegenstelling tot lwoo een zelfstandige schoolsoort. Pro is onderwijs voor leerlingen voor wie vaststaat dat overwegend een orthopedagogische en orthodidactische benadering is geboden, en het volgen van het onderwijs in een van de leerwegen in het vmbo al dan niet in combinatie met het volgen van lwoo niet leidt tot het behalen van een vmbo-diploma.

Met de invoering van passend onderwijs op 1 augustus 2014 zijn de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor de toewijzing van onderwijsondersteuning aan leerlingen met een zorgvraag. Indien nodig geven ze een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs uit. De samenwerkingsverbanden gaan nu echter niet over een eventuele verwijzing van leerlingen naar het lwoo en pro; hiervoor zijn 16 regionale verwijzingscommissies (RVC’s) verantwoordelijk. De staatssecretaris wil dit veranderen en lwoo en pro in het stelsel van passend onderwijs integreren. De samenwerkingsverbanden beoordelen dan of een leerling voldoet aan de criteria om te worden toegelaten tot het lwoo of pro en geven – indien dit het geval is – de toelaatbaarheidsverklaringen uit. De RVC’s worden opgeheven.

Het integreren van lwoo en pro in passend onderwijs heeft volgens de staatssecretaris een aantal voordelen:

  1. Er ontstaat meer ruimte voor lokaal maatwerk door de schoolbesturen die het samenwerkingsverband vormen. Door de samenwerking in het samenwerkingsverband is het beter mogelijk elke leerling met een extra ondersteuningsbehoefte een passend onderwijsaanbod doen. Dat passend aanbod kan dan variëren per regio en strekt zich uit over de volle breedte: extra ondersteuning in de reguliere klas, in een orthopedagogisch didactisch centrum, extra ondersteuning in de vorm van lwoo en verwijzing naar pro en voortgezet speciaal onderwijs.
  2. Het stelsel voor onderwijsondersteuning wordt eenvoudiger en doelmatiger: de organisatie van en verantwoordelijkheid voor lichte en zware ondersteuning komen in één hand te liggen, bij het samenwerkingsverband. Dit levert efficiencyvoordelen op. Voor ouders en leerlingen is het bovendien duidelijk waar zij terechtkunnen voor alle onderwijsondersteuning.
  3. De integratie van lwoo en pro betekent dat samenwerkingsverbanden een integrale afweging kunnen maken tussen verschillende vormen van ondersteuning. Hierdoor wordt afwenteling vanuit voortgezet speciaal onderwijs (zware ondersteuning) naar lwoo en pro (lichte ondersteuning) voorkomen. Zolang samenwerkingsverbanden niet verantwoordelijk zijn voor het ondersteuningsbudget lwoo en pro, is er een prikkel om leerlingen vanuit het voortgezet speciaal onderwijs naar het lwoo en pro door te sturen, waardoor het budget per leerling kan dalen.

Voorlopig blijven de huidige landelijke criteria die gelden voor toelating tot het lwoo en pro gehandhaafd. Ook de criteria voor scholen die een lwoo-licentie willen krijgen, blijven voorlopig behouden. Het onderzoek op basis waarvan bepaald wordt wat met deze criteria en licenties gebeurt, is nog niet gepubliceerd. Het is nog niet bekend wanneer hier nu een besluit over wordt genomen.

Samenwerkingsverbanden hebben een opting out-mogelijkheid: als alle schoolbesturen van het betreffende samenwerkingsverband (en de ondersteuningsplanraad van het samenwerkingsverband) het ermee eens zijn, kan zij vanaf 1 januari 2016 zelf bepalen welke criteria gelden voor toelating tot het lwoo en pro en welke scholen in aanmerking komen voor een lwoo-licentie.

Samenwerkingsverbanden kunnen de keuze of ze willen deelnemen aan opting out specificeren naar de drie vormen van opting out:

  1. Opting out bij de landelijke criteria en de duur van de ondersteuningstoewijzing voor pro;
  2. Opting out bij de landelijke criteria en de duur van de ondersteuningstoewijzing voor lwoo;
  3. Opting out voor lwoo-licenties.

De Tweede Kamer zal zich naar verwachting eind september over dit wetsvoorstel buigen. Streven is om het eerste deel in te laten gaan per 1 augustus 2015: samenwerkingsverbanden moeten vanaf die datum dan hun ondersteuningsplannen aanpassen aan de nieuwe situatie. Per 1 januari 2016 zouden de budgeten overgaan naar de samenwerkingsverbanden.

Peter-Jan Hopmans


[1] Kamerstukken Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 993, nrs. 2 en 3.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen