Home > Beslag- en executie > Buitenlands vermogen van uw debiteur
Buitenlands vermogen van uw debiteur

Buitenlands vermogen van uw debiteur

Wanneer u een vordering heeft op een van uw handelspartners, kunt u zich volgens de wet in beginsel verhalen op alle goederen van uw debiteur. Dit kan ook wanneer uw debiteur goederen bezit die zich in het buitenland bevinden.

Gaat uw debiteur echter failliet, dan vallen alle goederen van uw schuldenaar onder het algemene faillissementsbeslag. Dit geldt ook voor de zich in het buitenland bevindende goederen. Heeft u zich na het uitspreken van het faillissement verhaald op de buitenlandse activa van uw debiteur, dan zullen deze goederen op grond van artikel 203 Fw helaas geretourneerd moeten worden aan de curator.

Dit is slechts anders wanneer u zich ten aanzien van deze buitenlandse goederen op een voorrangsrecht (bijvoorbeeld een pand- of hypotheekrecht) kunt beroepen. Op 11 juli 2014 heeft de Hoge Raad zich in een dergelijke casus over dit voorrangsrecht uitgelaten. In de betreffende casus had een schuldeiser van de rechter in New York verlof verkregen om beslag te mogen leggen op in die staat aanwezige banktegoeden van zijn schuldenaar. Vervolgens heeft de New Yorkse rechter de beslagen bedragen aan de schuldeiser toegewezen. Na het leggen van het beslag, maar vóór het toewijzen van de bedragen, is de debiteur in Nederland echter in staat van faillissement verklaard.

De curator vordert de betreffende bedragen van de debiteur terug. Bij het toewijzen van de vordering van de curator neemt het hof als uitgangspunt dat de in New York genomen maatregelen naar Nederlands recht kwalificeren als beslagmaatregelen. Dit schept volgens de Nederlandse wet geen voorrang ten opzichte van andere schuldeisers. Het roept immers geen voorrangsrecht, zoals een pand- of hypotheekrecht, in het leven. Weliswaar vormt de beslaglegging naar Amerikaans recht een ‘priority’, deze priority heeft in Nederland echter niet de vorm van een zakelijk zekerheidsrecht.

De Hoge Raad gaat mee in deze redenering van het hof. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat artikel 203 Fw beoogt de gelijkheid van schuldeisers te waarborgen. Het hof heeft dus terecht de vraag tot uitgangspunt genomen of de buitenlandse maatregelen een voorrangsrecht voor de schuldeiser oplevert.

Kortom, ook wanneer u zich verhaalt op zich in het buitenland bevindende activa van uw debiteur, betekent dit niet dat u naar Nederlands recht zonder meer uw vordering voldaan heeft gekregen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen