Home > Onderwijs > Variawet Passend Onderwijs
Variawet Passend Onderwijs

Variawet Passend Onderwijs

Onlangs is op internet ter consultatie een voorstel van wet gepubliceerd waarin een aantal overwegend technische onjuistheden en omissies in de wetten passend onderwijs en kwaliteit (voortgezet) speciaal onderwijs worden gecorrigeerd. Deze zal ik hierna niet behandelen. Daarnaast staan in het wetsvoorstel een aantal kleine, beleidsmatige wijzigingen van voormelde wetten, namelijk:

  1. de mogelijkheid om in het primair onderwijs een orthopedagogisch didactisch centrum (opdc)  in te richten;
  2. een grondslag in de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op het primair onderwijs (WPO) om bij algemene maatregel van bestuur nadere voorschriften voor een opdc te kunnen vaststellen;
  3. de explicitering van de verplichting voor het speciaal basis onderwijs om voor alle leerlingen een ontwikkelingsperspectief op te stellen;
  4. de verduidelijking van de doelgroep van het leerlingenvervoer dat de gemeenten moeten verzorgen;
  5. de mogelijkheid om af te wijken van het minimum aantal uren onderwijs in het voortgezet speciaal onderwijs;
  6. enkele aanvullingen met betrekking tot de medezeggenschap die betrekking hebben op de faciliteitenregeling en de betrokkenheid van de ondersteuningsplanraad bij het toezicht in het samenwerkingsverband.

Ad 1.
In de WPO is nu geen mogelijkheid om een opdc in te richten ten behoeve van de realisatie van een dekkend aanbod van ondersteuningsvoorzieningen terwijl daar wel behoefte aan is. Een opdc is een voorziening waar tijdelijk onderwijs wordt gevolgd door leerlingen voor wie een orthopedagogische en orthodidactische benadering nodig is. Deze leerlingen zijn tijdelijk niet in staat om onderwijs te volgen op de eigen reguliere school, ook niet met extra ondersteuning.

Ad 2
Die voorwaarden zullen betrekking hebben op de verblijfsduur, de bevoegdheid van leraren en het opnemen van de voorziening in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband.

Ad 3
Net als voor alle leerlingen in het (voortgezet)speciaal onderwijs en alle leerlingen in het praktijkonderwijs zal ook voor alle leerlingen in het speciaal basisonderwijs een ontwikkelingsperspectief moeten worden opgesteld. Het gaat hier immers om leerlingen die extra ondersteuning krijgen. Door het expliciet in de wet noemen van deze groep leerlingen, zoals thans niet het geval is, wordt beoogd te voorkomen dat verwarring ontstaat.

Ad 4
In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om de bepalingen in de WPO, WVO en de Wet op de expertisecentra met betrekking tot leerlingenvervoer aan te passen zodat er geen twijfel bestaat dat naast zintuiglijke, lichamelijke en verstandelijke handicaps ook een psychische handicap aanspraak op leerlingenvervoer kan geven.

Ad 5
De Inspectie van het Onderwijs heeft de mogelijkheid om in te stemmen met een afwijking van het minimum aantal uren onderwijstijd. De voorwaarden waaronder deze afwijking kan worden gehanteerd is uitgewerkt in een beleidsregel. De mogelijkheid tot afwijking geldt sinds de inwerkingtreding per 1 augustus 2013 van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra in verband met de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 2012, 545) alleen nog voor het speciaal onderwijs. Voordien gold de afwijking ook voor het voortgezet speciaal onderwijs. Deze inperking heeft abusievelijk plaatsgevonden en wordt met het onderhavige voorstel ongedaan gemaakt.

Ad 6
In dit wetsvoorstel worden twee maatregelen voorgesteld om de positie van de medezeggenschap op het terrein van passend onderwijs in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) te versterken. Dit heeft betrekking op de faciliteitenregeling voor de ondersteuningsplanraad en op het interne toezicht van het samenwerkingsverband. In de eerste plaats wordt voorgesteld om de ondersteuningsplanraad van het samenwerkingsverband instemmingsbevoegdheid te geven op de faciliteitenregeling voor deze raad. De Wet passend onderwijs voorziet al in de mogelijkheid dat het bevoegd gezag van het samenwerkingsverband een faciliteitenregeling treft voor de ondersteuningsplanraad. Het is wenselijk om ouders, leerlingen en personeel inspraak te bieden bij de invulling van de faciliteitenregeling. Daarom krijgt elke geleding van de ondersteuningsplanraad instemmingsrecht op de invulling van de redelijkerwijs noodzakelijke kosten van medezeggenschapsactiviteiten die door hen in de ondersteuningsplanraad worden verricht, waaronder bijvoorbeeld scholingskosten of kosten voor inhuur van deskundigen. Met deze bepaling wordt de positie van de ondersteuningsplanraad in overeenstemming gebracht met die van de medezeggenschapsraad.

In de tweede plaats wordt voorgesteld om de ondersteuningsplanraad adviesrecht te geven op de door het samenwerkingsverband vast te stellen competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan. Deze aanvulling vloeit voort uit de positie van de medezeggenschapsraad bij het toezicht op schoolniveau. Met deze adviesbevoegdheid worden ouders, leraren en in het voortgezet (speciaal) onderwijs ook leerlingen in de gelegenheid gesteld om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het toezicht. Om te voorkomen dat het personeel, dat zowel is vertegenwoordigd in de ondersteuningsplanraad als in de medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband, een dubbel adviesrecht krijgt op de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan, wordt in dit wetsvoorstel tevens voorgesteld de personeelsmedezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband uit te zonderen van het adviesrecht op de competentieprofielen.

Met dit wetsvoorstel, het aangekondigde wetsvoorstel inzake het registreren van leerlingen met een ontwikkelingsperspectief in het Basisregister Onderwijs en een nog te verwachten wetsvoorstel, waarin de motie Ypma over de betrokkenheid van ouders bij het vaststellen van het ontwikkelingsperspectief wordt geregeld, wordt het wettelijk kader inzake Passend Onderwijs afgerond zodat het op 1 augustus 2014 operationeel kan worden.

Het onderwijsveld is nu vol aan de slag met de voorbereiding van de implementatie van deze nieuwe wet. De eerste stap zal de oprichting van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs zijn. Blijkens de website http://www.dzw.gr/b55c3 zijn er van de 152 op te richten samenwerkingsverbanden nog maar 37 opgericht. De datum waarop alle samenwerkingsverbanden opgericht moeten zijn, 1 november 2013, komt snel dichterbij. Mocht u advies of begeleiding nodig hebben bij het tot stand brengen van uw samenwerkingsverband dan staan de leden van de branchegroep onderwijs voor u klaar.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen