Op 16 oktober jongstleden is er een uitspraak gedaan waarin maar weer eens wordt bevestigd dat op een verkoper een belangrijke mededelingsplicht rust in geval van overnames (Gerechtshof Leeuwarden, 16 oktober 2012, LJN: BY0491). In dit geval ging het om café Lübeck in Zwolle. De exploitant wenste het café in 2005 te verkopen omdat het café er financieel slecht voor stond.
Er waren twee geïnteresseerde partijen die tezamen IHJ B.V. oprichtten (ironisch genoeg stond dit voor Ik Help Je B.V.), die zou fungeren als koper. Op 3 februari 2006 is een koopovereenkomst getekend. Onderdeel van deze koopovereenkomst was de afspraak dat IHJ B.V. de huurachterstand van EUR 50.000 zou overnemen.
De levering van de aandelen zou op 10 maart 2006 plaatsvinden bij de notaris. De levering heeft geen doorgang gevonden omdat de koopprijs door IHJ B.V. niet op de derdengeldenrekening van de notaris was gestort.
Voor de verkoper was dit reden om IHJ B.V. aan te spreken tot vergoeding van schade bij de rechtbank, die de vordering toewijst. IHJ B.V. is in hoger beroep gegaan. Het blijkt dat zij op 7 maart 2006 al via haar advocaat de koopovereenkomst had vernietigd met een beroep op dwaling. Dwaling houdt kort gezegd in dat een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij is uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken. Dit geeft in beginsel het recht aan de dwalende partij om de overeenkomst te vernietigen.
Redenen die voor de vernietiging werden aangevoerd waren onder andere dat de huurachterstand veel hoger was dan EUR 50.000 en dat de overgedragen inventaris deels geen eigendom was van de verkoper maar van de verhuurder.
Het gerechtshof stelde vast dat de verkoper ten aanzien van bovengenoemde punten de koper niet volledig en juist had ingelicht. Hierdoor was de koper uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken, waardoor de koopovereenkomst terecht was vernietigd.
Tegenover de mededelingsplicht van de verkoper staat de onderzoeksplicht van de koper. Hierdoor kwam tijdens de hoger beroepsprocedure ook nog de vraag aan de orde of de koper niet te lichtvaardig de koopovereenkomst was aangegaan. Met andere woorden: was de koper niet tekort geschoten in haar onderzoeksplicht? Het gerechtshof is hier kort over. Dat lichtvaardig de koopovereenkomst is aangegaan door de koper houdt niet in dat koper desalniettemin een geslaagd beroep kan doen op vernietiging.
In dit arrest kan een bevestiging worden gelezen van het prevaleren van de mededelingsplicht van de verkoper ten opzichte van de onderzoeksplicht van de koper.
Ondernemingsrecht








