U bent hier: Home > Hippisch Recht > Non-conform paard
Non-conform paard

Non-conform paard

Koper heeft op 30 oktober 2006 een paard gekocht. In de koopovereenkomst heeft verkoper onder meer verklaard dat het paard geschikt is voor Z2 dressuur en Z springen. Voorafgaande aan de koop heeft koper het paard laten keuren. Tijdens deze keuring bleek dat het paard onregelmatig liep en dat er sprake was van een verdikking van het voorbeen als gevolg van een oude blessure. Afgesproken is toen dat verkoper het paard gedurende drie weken licht zou berijden en dat het paard daarna opnieuw gekeurd zou worden. Na de nieuwe keuring heeft koper besloten om het paard te kopen. 

Twee weken na de koop heeft koper de koopovereenkomst ontbonden. Volgens koper zou het paard kreupel lopen als er een ruiter op zit en daarom voldoet het paard niet aan wat koper mocht verwachten van een Z dressuur en Z springpaard.

In 2010 heeft koper een gerechtelijke procedure tegen verkoper aangespannen waarin hij onder meer heeft gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat hij de koopovereenkomst terecht heeft ontbonden alsmede dat verkoper wordt veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom en vergoeding van de stallingskosten, bekapping etc. Voorafgaande aan deze gerechtelijke procedure heeft de rechtbank op verzoek van koper een voorlopig deskundigenbericht gelast. De uitkomst hiervan was dat het paard een verdikt ligament had met een hoog risico op recidivering van de oude blessure.

In eerste aanleg heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen sprake is van non-conformiteit. Koper is van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof Arnhem.

In hoger beroep heeft verkoper zich beroepen op verjaring van de rechtsvorderingen van de koper ex artikel 7:23 lid 2 BW. Krachtens dit artikel verjaren rechtsvorderingen die gegrond zijn op non-conformiteit door verloop van twee jaren nadat koper verkoper heeft ingelicht over de non-conformiteit. Het gerechtshof oordeelt in haar arrest van 17 juli 2012 (LJN: BX 2358) dat deze tweejarige verjaringstermijn niet geldt voor rechtsvorderingen met betrekking tot verbintenissen die voortvloeien uit een tijdig uitgebrachte ontbindingsverklaring, zoals een ongedaanmakingsvordering. Voor deze vorderingen geldt de algemene vijfjarige verjaringstermijn. Op het moment van uitbrengen van de dagvaarding waren de rechtsvorderingen van koper nog niet verjaard.

Vervolgens buigt het gerechtshof zich over de vraag of er sprake is van non-conformiteit. Het gerechtshof oordeelt allereerst dat de vermelding van het niveau in de door verkoper geplaatste advertentie niet betekent dat de koper er zonder meer van uit mocht gaan dat het paard ook fysiek geschikt hiervoor was. Vervolgens oordeelt het gerechtshof dat koper reden had om te betwijfelen of het paard fysiek geschikt was en dat op koper een nadere onderzoeksplicht rustte. Dit nader onderzoek (de herkeuring) heeft koper ook laten verrichten. De omstandigheid dat de herkeurende dierenarts de aandoening (verdikt ligament) en de daaraan verbonden gevolgen voor de geschiktheid van het paard te rooskleurig heeft ingeschat, komt in beginsel voor rekening van koper, aldus het gerechtshof. Omdat verkoper zich niet bewust is geweest van de ernst van de peesblessure en de consequenties hiervan voor de geschiktheid van het paard voor het door koper beoogde gebruik (springpaard en dressuurpaard), is er volgens het gerechtshof geen sprake van een schending van de mededelingsplicht door verkoper. Ten aanzien van de in de koopovereenkomst opgenomen verklaring van verkoper oordeelt het gerechtshof dat deze verklaring geen garantie inhoudt omdat niet gebleken is dat de verkoper heeft bedoeld te garanderen dat het paard niet alleen qua training en ervaring, maar ook wat de fysieke conditie betreft geschikt was voor het niveau Z2 dressuur en Z springen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen