Paard glijdt uit op weg: de wegbeheerder is niet aansprakelijk
Een amazone rijdt met haar paard op een asfaltweg. Op een gegeven moment glijdt het paard uit. De amazone en het paard komen samen ten val, waarbij het paard terecht komt op de voet van de amazone en de amazone haar enkel breekt. De amazone stelt de wegbeheerder (het Waterschap) aansprakelijk. De rechtbank Dordrecht wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Zorgplicht wegbeheerder
De amazone heeft de wegbeheerder primair aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:174 BW. Op grond van dit artikel is de wegbeheerder aansprakelijk wanneer de openbare weg niet
voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, waardoor zich een gevaar voor personen en zaken verwezenlijkt. Subsidiair heeft de amazone haar claim gebaseerd op het algemene onrechtmatige daad artikel 6:162 BW.
Volgens de amazone was het wegdek niet stroef en vertoonde het wegdek te veel kanteling. Ook zou de wegbeheerder, die op de hoogte was van de gevaarlijke situatie, niet afdoende hebben gewaarschuwd. De wegbeheerder en haar verzekeraar hebben aangevoerd dat zij niet aansprakelijk zijn omdat de weg voldeed aan de minimale normen.
De rechtbank
De rechtbank beantwoordt aan de hand van onder meer de criteria die door de Hoge Raad zijn geformuleerd in het zogenaamde Kelderluik-arrest de vraag of de weg voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen. In het Kelderluik-arrest heeft de Hoge Raad een viertal criteria geformuleerd aan de hand waarvan kan worden bepaald of voldoende zorgvuldigheid in acht is genomen bij het bestaan van een gevaarlijke situatie:
- mate van waarschijnlijkheid dat een benadeelde (in casu de amazone) niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht neemt;
- kans dat daaruit ongevallen ontstaan;
- ernst van de daaruit voortvloeiende gevolgen;
- mate van bezwaarlijkheid van het treffen van veiligheidsmaatregelen
Als relevante factoren noemt de rechtbank nog: de aard en drukte van de weg, de soort weggebruiker en de wijze waarop van de weg gebruikt wordt gemaakt, de mate waarin voor het gebrek wordt gewaarschuwd, de gerechtvaardigde verwachtingen van zowel de weggebruiker als de wegbeheerder, de weersomstandigheden en de financiële aspecten.
De rechtbank neemt als uitgangspunt dat een weg geschikt moet zijn voor het soort gebruik dat van de weg wordt gemaakt. In het onderhavige geval gaat het om een openbare geasfalteerde weg die is aangelegd ten behoeve van gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers en niet specifiek voor paarden. De rechtbank oordeelt dat de onderhoudsplicht van de wegbeheerder niet zover reikt dat hij het wegennet moet aanpassen aan verkeersdeelnemers die gebruik maken van een weg die niet (speciaal) voor hen is bedoeld. De wegbeheerder was dan ook niet gehouden om de weg geschikt te maken voor paarden. Omdat de weg niet speciaal bedoeld is voor paarden, hoefde de wegbeheerder ook niet te waarschuwen voor gladheid voor paarden.
De rechtbank wijst de vorderingen af die door de amazone zijn ingesteld tegen de wegbeheerder.
Gerelateerde artikelen:







